Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Nouryon Industrial Chemicals B.V.
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 11 mei 2020
ECLI:NL:RBGEL:2020:2509
De aanspraak van arbeidsongeschikte werknemer op de eenmalige uitkering als bedoeld in de cao stuit niet af op het feit dat de loondoorbetalingsverplichting is gestopt. Evenmin blijkt uit de tekst van de cao dat werknemers met een slapend dienstverband geen recht hebben op de eenmalige uitkering.

Feiten

Werknemer is met ingang van 1 oktober 2012 in dienst getreden bij Nouryon Industrial Chemicals B.V. (hierna: Nouryon). Op de arbeidsovereenkomst is de cao Hoger Personeel Nouryon Nederland (hierna: de cao) van toepassing. Op 10 augustus 2015 is werknemer arbeidsongeschikt geraakt. Gedurende de eerste 104 weken van de arbeidsongeschiktheid heeft Nouryon 100% van het salaris van werknemer doorbetaald. Na twee jaar is de loondoorbetalingsverplichting van Nouryon gestopt. De cao is met terugwerkende kracht in werking getreden op 1 juli 2018 en eindigt op 31 december 2020. In artikel 8.8 van de cao is bepaald dat alle werknemers die op 1 december 2018 in dienst zijn en op dat moment onder de werkingssfeer van de CAO vallen in december 2018 een eenmalige uitkering van € 3.000 bruto ontvangen. De eenmalige uitkering aan werknemer is onbetaald gebleven. Werknemer vordert onder meer de veroordeling van Nouryon tot betaling van de eenmalige uitkering. Nouryon voert in de eerste plaats als verweer aan dat de eenmalige uitkering onderdeel is van het loonbegrip tijdens ziekte als bedoeld in artikel 7:629 BW en dat de loondoorbetalingsverplichting in augustus 2017 is gestopt. In de tweede plaats stelt Nouryon dat zij de eenmalige uitkering niet aan werknemer hoeft te betalen, omdat artikel 8.8 van de cao niet van toepassing is op werknemers met een slapend dienstverband.

Oordeel

De aanspraak van werknemer op de eenmalige uitkering stuit niet af op het feit dat de loondoorbetalingsverplichting van Nouryon in augustus 2017 is gestopt. De eenmalige uitkering als bedoeld in artikel 8.8 van de cao kan niet worden aangemerkt als naar tijdruimte vastgesteld loon in de zin van artikel 7:629 lid 1 BW. De eenmalige uitkering houdt geen verband met het verloop van tijd. De eenmalige uitkering kan evenmin worden aangemerkt als op andere wijze vastgesteld loon als bedoeld in artikel 7:628 lid 3 BW. Weliswaar moet volgens artikel 7:628 lid 3 BW onder het bij ziekte door te betalen loon mede worden begrepen het loon in geld dat op andere wijze dan naar tijdruimte is vastgesteld, maar uit rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat (de voorganger) van die wetsbepaling alleen betrekking heeft op de situatie dat het loon afhankelijk is van de uitkomsten van de te verrichten arbeid en toepassing mist indien het loon afhankelijk is van andere elementen dan de arbeidsprestatie van de werknemer. De eenmalige uitkering is volgens Nouryon in het leven geroepen in het kader van de verkoop door Akzo Nobel van haar bedrijfsonderdeel dat als Nouryon is verder gegaan. Het zou gaan om een waardering voor de extra inzet van de werknemers tijdens het verkooptraject. Daarnaast blijkt naar het oordeel van de kantonrechter uit de tekst van enige cao-bepaling niet dat werknemers met een slapend dienstverband geen recht hebben op de eenmalige uitkering als bedoeld in artikel 8.8 van de cao. Het had op de weg gelegen van Nouryon om op duidelijk kenbare wijze in de cao of in een bijbehorende schriftelijke toelichting vast te (laten) leggen dat slapende dienstverbanden uitgezonderd zijn van de eenmalige uitkering van artikel 8.8 van de cao. Dat Nouryon nooit de bedoeling heeft gehad om de eenmalige uitkering ook uit te keren aan werknemers jegens wie geen loondoorbetalingsverplichting meer bestaat, doet niet af aan het beoordelingskader en de vaste rechtspraak zoals hierboven genoemd. De slotsom is dat werknemer voldoet aan de in artikel 8.8 van de cao gestelde voorwaarden en dat hij recht heeft op de eenmalige uitkering van € 3.000 bruto.