Naar boven ↑

Rechtspraak

Arcadis Nederland B.V./werknemer
Rechtbank Rotterdam (Locatie Dordrecht), 29 mei 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:5195
Uit hetgeen partijen beide naar voren hebben gebracht is genoegzaam gebleken dat tussen hen een situatie is ontstaan waarin een behoorlijke samenwerking niet meer mogelijk is, zonder dat een van de partijen daarvan in overwegende mate een verwijt kan worden gemaakt.

Feiten

Werknemer is met ingang van 1 maart 2016 in dienst getreden bij Arcadis Nederland B.V. (hierna: Arcadis) tegen een loon van € 7.577 bruto per maand exclusief 8% vakantietoeslag. Arcadis heeft werknemer met ingang van 31 januari 2020 vrijgesteld van werk. Het gewijzigde verzoek van Arcadis strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 augustus 2020 op grond van het bepaalde in artikel 7:671b in combinatie met artikel 7:669 lid 3 sub g BW, te weten een verstoorde arbeidsverhouding zodanig dat van haar in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met werknemer te laten voortduren, met toekenning van de transitievergoeding van € 11.137 bruto. Werknemer heeft aanvankelijk verweer gevoerd, maar tijdens de mondelinge behandeling is door hem erkend dat er tussen partijen een onoverbrugbaar verschil van inzicht bestaat over de wijze waarop aan de functie door hem inhoud moet worden gegeven. Hij verzet zich dan ook niet langer tegen het (gewijzigde) verzoek.

Oordeel

Vooropgesteld wordt dat de kantonrechter op grond van artikel 7:671c lid 1 BW op verzoek van de werknemer de arbeidsovereenkomst kan ontbinden wegens omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. Uit hetgeen partijen naar voren hebben gebracht en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken is genoegzaam gebleken dat tussen hen een situatie is ontstaan waarin een behoorlijke samenwerking niet meer mogelijk is, zonder dat een van de partijen daarvan in overwegende mate een verwijt kan worden gemaakt. Er is dan ook geen basis meer voor verdere instandhouding van de arbeidsovereenkomst. Het verzoek zal derhalve worden toegewezen. Nu partijen het eens zijn over de einddatum van 1 augustus 2020 wordt de arbeidsovereenkomst per deze datum beëindigd. Partijen zijn het er voorts over eens dat in de gegeven omstandigheden de transitievergoeding van € 11.137 bruto verschuldigd is. Dit bedrag wordt dan ook toegekend. Gelet op de overeenstemming tussen partijen worden de kosten van de procedure gecompenseerd.