Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Eenzet Carwash B.V.
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 15 juli 2020
ECLI:NL:RBGEL:2020:3507
Rechtsgeldig ontslag op staande voet vanwege het uitvoeren van nevenwerkzaamheden tijdens arbeidsongeschiktheid en in strijd met de arbeidsovereenkomst. Geen toepassing van het ‘luizengaatje’ dus transitievergoeding afgewezen, evenals de billijke vergoeding en gefixeerde schadevergoeding.

Feiten

Werknemer is op 1 november 1998 in dienst getreden bij Eenzet Carwash B.V. (hierna: Eenzet). Op basis van de arbeidsovereenkomst is een verbod op nevenwerkzaamheden opgenomen en krijgt werknemer bij ziekte 100% uitbetaald. Werknemer is vanaf 5 april 2019 arbeidsongeschikt en zou vanaf 16 maart 2020 gaan starten met het verrichten van re-integratiewerkzaamheden. Op 13 maart 2020 heeft werknemer aan de directeur laten weten dat dit niet mogelijk was omdat zijn gezondheidssituatie was verslechterd en hij geen auto mocht rijden vanwege medicijngebruik. Eenzet ontving op 18 maart 2020 van een anonieme tipgever een foto waaruit zou blijken dat werknemer op 17 maart 2020, gekleed in de werkkleding van Eenzet en met de bedrijfsauto van Eenzet, werkzaamheden heeft uitgevoerd aan een andere wasstraat, tevens een klant bij Eenzet. Eenzet heeft hierin aanleiding gezien om de bedrijfsrecherche in te schakelen, die eveneens heeft vastgesteld dat werknemer daar werkzaamheden uitoefende. Daarop heeft Eenzet werknemer op 26 maart 2020 op staande voet ontslagen. In deze procedure verzoekt werknemer betaling van achterstallig loon, een gefixeerde schadevergoeding, de transitievergoeding en een billijke vergoeding van € 249.496,80.

Oordeel

Werknemer heeft erkend dat hij op 17 en 24 maart 2020 aanwezig is geweest bij de andere Carwash. Verder heeft hij erkend dat hij daar op 24 maart 2020 (lichamelijke) werkzaamheden heeft verricht, hetgeen ook volgt uit de rapportage van de Bedrijfsrecherche. De kantonrechter is van oordeel dat werknemer hiermee aan Eenzet een gegronde reden heeft gegeven voor het ontslag op staande voet. Hiervoor is van belang dat werknemer, in samenspraak met het door Eenzet ingeschakelde re-integratiebureau, op 16 maart 2020 zou starten met lichte re-integratiewerkzaamheden voor twee uur per dag. Werknemer heeft zich echter op 13 maart 2020 vermeerderd arbeidsongeschikt gemeld wegens medicatiegebruik. Vervolgens heeft werknemer zichzelf er echter kennelijk wel toe in staat geacht om op 17 en 24 maart 2020 met de auto naar een andere Carwash te gaan, waar hij in strijd met artikel I van de arbeidsovereenkomst (neven)werkzaamheden verrichtte. Verder is de kantonrechter van oordeel dat werknemer door tijdens zijn arbeidsongeschiktheid en in strijd met de arbeidsovereenkomst werkzaamheden bij een derde te verrichten, ernstig verwijtbaar heeft gehandeld jegens Eenzet. Daarbij weegt zwaar dat hij zichzelf in eerste instantie vermeerderd arbeidsongeschikt had gemeld wegens medicatiegebruik en dat hij vervolgens wel werkzaamheden is gaan verrichten bij de andere Carwash, notabene een klant van Eenzet. Dat werknemer slechts een vriendendienst zou hebben verricht, neemt dat niet weg. Dit brengt met zich dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. Afgezet tegen de ernst van zijn gedragingen zijn de persoonlijke omstandigheden van werknemer van onvoldoende gewicht om te oordelen dat het ontslag op staande voet onterecht is gegeven. Nu er geen sprake is van een opzegging in strijd met artikel 7:671 BW wijst de kantonrechter de billijke vergoeding en de gefixeerde schadevergoeding af, omdat zij grondslag missen. Daarnaast is de kantonrechter van oordeel dat het niet toekennen van een transitievergoeding in dit geval niet onaanvaardbaar is. Van een relatief kleine misstap is geen sprake. De verzochte transitievergoeding wordt daarom ook afgewezen. Tot slot wordt het verzoek van werknemer tot betaling van het achterstallige loon toegewezen, omdat werknemer op basis van de arbeidsovereenkomst recht had op 100% doorbetaling van het loon tijdens ziekte en de toepasselijke cao een minimum-cao betreft.