Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 25 mei 2020
ECLI:NL:RBGEL:2020:3842
Rechtsverhouding tussen partijen die ‘samen café exploiteren’ dient gekwalificeerd te worden als arbeidsovereenkomst. Niet gebleken van gegeven ontslag op staande voet. Arbeidsovereenkomst is van rechtswege geëindigd.

Feiten

Op 13 september 2019 is tussen werknemer en werkgever een overeenkomst tot stand gekomen getiteld ‘Arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht voor bepaalde tijd (nul uren)’. In de overeenkomst is als einddatum 31 maart 2020 opgenomen. Werknemer verricht in het kader van voornoemde overeenkomst werkzaamheden in een café. Op 17 januari 2020 schrijven werkgever en zijn dochter aan werknemer dat werknemer inmiddels al twee weken weg is, dat iemand anders meer uren aanwezig moet zijn om het café draaiende te houden en dat zij het idee hebben dat werknemer een en ander moeilijk kan combineren met zijn andere baan en zijn gezin. Werknemer verzoekt thans het op 17 januari 2020 gegeven ontslag op staande voet dan wel de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen, wedertewerkstelling en (door)betaling van loon en toekenning van de transitievergoeding.

Oordeel

Kwalificatie arbeidsovereenkomst

De eerste vraag die moet worden beantwoord is of sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen partijen. Werkgever heeft aangevoerd dat het nooit de bedoeling van partijen is geweest om feitelijk uitvoering te geven aan deze overeenkomst. Volgens werkgever zijn hij en werknemer een samenwerking aangegaan die ziet op het exploiteren van een Moluks café. Het was niet mogelijk om bij aanvang gezamenlijk te gaan ondernemen. Partijen vonden een oplossing in de afspraak dat werkgever zou investeren met geld en werknemer met zijn aanwezigheid in het café. Partijen hadden ‘een proefperiode voor gezamenlijk ondernemen’ voor ogen. Om dit in een voor de overheidsinstanties acceptabele vorm te gieten is gekozen voor het opstellen van de arbeidsovereenkomst. Van een daadwerkelijke arbeidsverhouding is nimmer sprake geweest, aldus werkgever. De kantonrechter volgt werkgever hierin niet en overweegt als volgt. Werknemer is vanaf september 2019 tot en met 17 januari 2020 werkzaam geweest in het café. Verder blijkt ook uit het door werknemer in het geding gebrachte ingevulde ‘Model Opgaaf gegevens voor de loonheffingen’ en ‘Aanmeldingformulier nieuwe werknemer’ dat daadwerkelijk uitvoering is gegeven aan de gesloten arbeidsovereenkomst. Voorts staat vast dat tegenover de werkzaamheden van werknemer een vergoeding stond. Dat werknemer tot aan deze procedure bij werkgever geen aanspraak heeft gemaakt op loon doet aan de vaststelling dat de werkzaamheden zijn verricht en daarmee feitelijk wel uitvoering is gegeven aan de arbeidsovereenkomst niet af. De vermelding van werkgever als enig eigenaar van het café in het register van de Kamer van Koophandel duidt evenmin op een 50/50-samenwerking tussen partijen. Al met al moet de rechtsverhouding worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst.

Vernietiging ontslag en wedertewerkstelling

In het kader van deze procedure is niet komen vast te staan dat de arbeidsovereenkomst op 17 januari 2020 is geëindigd als gevolg van een ontslag op staande voet dan wel opzegging door werkgever. De verzochte vernietiging van het ontslag wordt derhalve afgewezen. De arbeidsovereenkomst is van rechtswege geëindigd op 31 maart 2020, zodat de verzochte wedertewerkstelling eveneens wordt afgewezen.

Achterstallig salaris

De kantonrechter wijst het verzoek van werknemer tot betaling van zijn loon toe tot en met 31 maart 2020 (einde arbeidsovereenkomst). Dat werknemer geen werkzaamheden heeft verricht vanaf 17 januari 2020 komt voor rekening en risico van werkgever.

Transitievergoeding

Werknemer heeft recht op een transitievergoeding. Werknemer heeft onweersproken gesteld dat de transitievergoeding een bedrag van € 763,31 bruto bedraagt, zodat dit bedrag wordt toegewezen.