Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 25 juni 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:6825
Feiten
Werknemer, werkzaam (geweest) voor Grando Alexandrium B.V. (hierna: Alexandrium), heeft in zijn verzoek primair een verklaring voor recht verzocht. De kantonrechter laat zich in een mondelinge uitspraak ex artikel 30p Rv uit over de vraag of de kantonrechter bevoegd is van het geschil kennis te nemen en of werknemer de juiste procesinleiding heeft gehanteerd.
Oordeel
Bevoegdheid kantonrechter
Op grond van artikel 93 sub c Rv worden zaken betreffende een arbeidsovereenkomst, ongeacht het beloop of de waarde van de vordering, door de kantonrechter behandeld en beslist. De term ‘betreffende’ duidt erop dat de vordering betrekking moet hebben op de specifiek in het artikel genoemde overeenkomsten. Dit is ruimer dan dat de vordering haar grondslag moet hebben in een van de specifiek genoemde overeenkomsten. Nu werknemer zich heeft beroepen op het bestaan van een arbeidsovereenkomst tussen partijen, is de kantonrechter van oordeel dat er in het onderhavige geschil voldoende aanwijzingen zijn dat er mogelijk een arbeidsovereenkomst tussen partijen bestaat dan wel heeft bestaan en dat er op die grond sprake is van een rechtsvordering betrekkelijk tot een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 93 sub c Rv. De kantonrechter is dan ook bevoegd om kennis te nemen van dit geschil.
Procesinleiding
Werknemer heeft in zijn verzoek primair een verklaring voor recht verzocht. Anders dan werknemer kennelijk meent, dient een procedure tot het verkrijgen van een verklaring voor recht niet aanhangig te worden gemaakt door middel van een verzoekschrift, maar door middel van een exploot van dagvaarding. Artikel 7:686a lid 3 BW is hier niet van toepassing, omdat de vordering van werknemer geen geding is op grond van titel 10 Boek 7 afdeling 9 BW. De kantonrechter beveelt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt op grond van artikel 69 Rv zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure.