Naar boven ↑

Rechtspraak

ECEM European Marketing B.V./werkneemster
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 4 augustus 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:2183
Inkoper chemicaliën, die productprijzen opzettelijk heeft gemanipuleerd door deze kunstmatig hoog te (laten) houden, is aansprakelijk voor de door werkgever geleden schade (art. 7:661 BW). Schade werkgever berekend op € 338.455.

Feiten

Werkneemster is per 1 mei 2010 voor onbepaalde tijd in dienst getreden van ECEM European Marketing B.V. (hierna: ECEM) in de functie van chemical trader. Zij was binnen ECEM verantwoordelijk voor de import van een aantal specifieke chemische producten uit China. ECEM is in 2015 een onderzoek gestart naar het inkoopgedrag van werkneemster. De aanleiding voor dat onderzoek was een bericht van een vroegere leverancier van ECEM, dat werkneemster niet steeds de beste prijs probeerde te bedingen voor ECEM maar juist tegen kunstmatig hoog gehouden prijzen inkocht. In het kader van genoemd onderzoek zijn in de periode van ongeveer mei 2015 tot oktober 2015 opnamen gemaakt van de zakelijke telefoongesprekken tussen werkneemster en leveranciers van producten van ECEM. ECEM heeft van deze gesprekken, die in het Chinees werden gevoerd, transcripties laten maken en deze naar het Nederlands laten vertalen door beëdigde vertalers. De transcripties worden in het arrest uitvoerig aangehaald. Naar aanleiding van de uitkomsten van voornoemd onderzoek is werkneemster op 16 oktober 2015 op staande voet ontslagen. Werkneemster heeft uiteindelijk berust in dat ontslag. ECEM heeft in eerste aanleg veroordeling van werkneemster gevorderd tot betaling van een bedrag van € 803.097 aan schadevergoeding. Volgens ECEM is uit het verrichte onderzoek gebleken dat werkneemster herhaaldelijk heeft samengespannen met leveranciers om de door deze leveranciers aan ECEM in rekening te brengen prijzen van chemische producten hoog te houden dan wel te (doen) verhogen. Door dit opzettelijk handelen heeft ECEM te veel betaald voor producten, waardoor zij schade heeft geleden, aldus ECEM. De kantonrechter heeft werkneemster veroordeeld tot betaling aan ECEM van € 86.674.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt.

Aansprakelijkheid werkneemster

ECEM heeft haar vordering gebaseerd op artikel 7:661 BW. Ingevolge dat artikel is een werknemer alleen dan gehouden om door zijn werkgever geleden schade te vergoeden als de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid. De functie van werkneemster betrof die van inkoper van chemicaliën op de Chinese markt. De kerntaak van een inkoper is om, uitgaande van de aan de in te kopen producten gestelde kwaliteitseisen, zo goedkoop mogelijk in te kopen. Naar het oordeel van het hof is uit de transcripties die in het geding zijn gebracht genoegzaam gebleken dat werkneemster de prijzen van de producten in 2015 opzettelijk heeft gemanipuleerd door deze kunstmatig hoog te houden, al dan niet door goedkopere aanbieders buiten de deur te houden. Door het manipuleren van de prijzen ten nadele van ECEM, heeft werkneemster jegens ECEM gehandeld in strijd met artikel 7:661 BW. Zij is derhalve aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende schade.

Schadeberekening

Bij vaststelling van de schade heeft ECEM, stellende dat een concrete schadeberekening niet mogelijk is omdat niet kan worden vastgesteld welke inkoopprijzen zonder manipulatie tot stand zouden zijn gekomen, haar schadeberekening gebaseerd op een vergelijking van de winstmarges over de jaren 2014 (zonder manipulatie) en 2015 (met manipulatie) en daarbij gesteld dat de inkoopprijs de, voor de winstmarge, bepalende factor is. Het hof gaat hierin mee. De in hoger beroep vermeerderde vordering van ECEM is toewijsbaar tot een bedrag van in totaal € 338.455. Werkneemster wordt veroordeeld tot betaling van voornoemd bedrag.