Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Eriks B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 6 augustus 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:7590
Werknemer heeft een grote hoeveelheid bedrijfsgevoelige e-mails doorgestuurd naar een privéaccount. Verzoek tot vernietiging ontslag op staande voet en doorbetaling loon wordt afgewezen.

Feiten
Werknemer is op 1 juli 2011 bij Eriks B.V. in dienst getreden. Hij was laatstelijk werkzaam in de functie van accountmanager. Werknemer is op 11 december 2019 vrijgesteld van werk en heeft sindsdien niet meer gewerkt. Eriks heeft op 7 mei 2020 geconstateerd dat werknemer op 13 december 2019 een grote hoeveelheid zakelijke e-mails naar een van zijn privéaccounts heeft doorgestuurd. Ook in de periode van 1 december 2019 tot en met 31 maart 2020 heeft hij nog diverse e-mails doorgestuurd naar een ander privéaccount. Bij e-mail van 7 mei 2020 wordt werknemer verzocht voor 8 mei 17.00 uur antwoord te geven op een twaalftal vragen en alle bedrijfseigendommen ongeschoond te retourneren. Wanneer werknemer hier niet voor 17.00 uur inhoudelijk op heeft gereageerd, ontslaat Eriks werknemer op staande voet. Werknemer verzoekt de kantonrechter de door Eriks gegeven opzegging te vernietigen en Eriks te veroordelen vanaf die datum aan werknemer zijn salaris te betalen. Daartoe stelt werknemer dat geen sprake is van een rechtsgeldig ontslag op staande voet, omdat geen dringende reden voor ontslag aanwezig was. Zo betwist werknemer dat hij heeft geweigerd openheid van zaken te geven, nu hij op 11 mei 2020 gereageerd heeft op de vragen van Eriks. Ook stelt werknemer dat hij informatie uit het systeem nodig had in het kader van zijn verdediging tegen de verwijten die Eriks hem maakte op het gebied van kilometerregistratie en brandstofverbruik. Daarnaast zou werknemer al vanaf 2017 e-mails vanuit zijn werkomgeving naar zijn privéadres sturen, om daarvan gebruik te kunnen maken op de door Eriks ter beschikking gestelde iPad bij klantbezoeken. Dit is door Eriks niet eerder als verwijtbaar aangemerkt. Voorts betwist werknemer dat sprake is van zeer gevoelige bedrijfsinformatie in de e-mails.

Oordeel
De kantonrechter beoordeelt of sprake is van een dringende reden die een ontslag op staande voet rechtvaardigt. Nu werknemer het doorsturen van de e-mails niet heeft betwist, wordt dit door de kantonrechter als vaststaand beschouwd. Ook heeft Eriks ter zitting voldoende aannemelijk gemaakt dat het in deze e-mails om zeer bedrijfsgevoelige informatie ging, zoals omzetgegevens, producthoeveelheden, volumes, prijzen, marges, kortingen en in het algemeen project- en contractinformatie. De stelling van werknemer dat hij de e-mails nodig had in het kader van zijn verdediging kan de kantonrechter niet volgen. Gelet op de grote hoeveelheid e-mails, de verzending daarvan nadat werknemer is vrijgesteld van werk en de daarbij vastgestelde bedrijfsgevoelige inhoud van de e-mails, oordeelt de kantonrechter dat Eriks terecht daarover dringende vragen heeft gesteld met een gestelde termijn van één werkdag. Nu werknemer, na herhaaldelijk gewezen te worden op de harde deadline, niet op de vragen van Eriks heeft gereageerd, had Eriks een dringende reden om hem op staande voet te ontslaan. De kantonrechter overweegt voorts dat het ontslag op staande voet onverwijld is gegeven, nu Eriks op 7 mei 2020 het doorsturen van de e-mails heeft geconstateerd en diezelfde dag nog werknemer in de gelegenheid gesteld om de dringende vragen hieromtrent op 8 mei 2020 voor 17.00 uur te beantwoorden. Toen hij dat niet deed, heeft Eriks hem op 8 mei 2020 op staande voet ontslagen. De stelling van werknemer dat Eriks er al veel eerder weet van had dat werknemer informatie naar zijn privéaccount stuurde, gaat niet op, nu dat niet is gebleken en zelfs als dat wel zo zou zijn, geldt dat het daarbij niet ging om een grote hoeveelheid bedrijfsgevoelige informatie zoals waarvan thans sprake is. Voorts wordt overwogen dat werknemer heeft erkend dat hij heeft gehandeld in strijd met het IT-reglement. Dat de sanctie van een ontslag op staande voet daarin niet is benoemd, maakt niet dat dit niet kan worden gegeven. Gelet op het voorgaande wijst de kantonrechter de verzoeken van werknemer tot vernietiging van het ontslag op staande voet en doorbetaling van loon af.