Naar boven ↑

Rechtspraak

Eriks B.V./werknemer
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 6 augustus 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:7589
Werknemer die het geraamde benzineverbruik uit de autoregeling overschrijdt en bewust roekeloos heeft gehandeld door bedrijfsgevoelige informatie naar privéaccount door te sturen, wordt veroordeeld tot terugbetaling van benzinekosten en onderzoekskosten werkgever.

Feiten
Werknemer is op 1 juli 2011 bij Eriks B.V. in dienst getreden. Hij was laatstelijk werkzaam in de functie van accountmanager. Op 8 mei 2020 is werknemer op staande voet ontslagen. In artikel 3.2 van de autoregeling van Eriks is het volgende opgenomen: ‘De volgende kosten zijn voor rekening van de berijder: de extra kosten voor brandstof bij overschrijding van het geraamde brandstofverbruik (bij een overschrijding van 20% of meer brandstof)’. Eriks verzoekt de kantonrechter, voor zover er nog een arbeidsovereenkomst zou bestaan tussen Eriks en werknemer, deze (on)voorwaardelijk te ontbinden, werknemer te veroordelen tot terugbetaling van de benzinekosten, de volledige onderzoekskosten, de wettelijke rente over voornoemde vorderingen en de kosten van de procedure. Eriks stelt daartoe dat uit onderzoek is gebleken dat werknemer in de afgelopen drie jaren een ongebruikelijk en onverklaarbaar hoog benzineverbruik heeft gehad in vergelijking met het totaal aantal met de leaseauto gereden kilometers. Eriks acht de conclusie gerechtvaardigd dat werknemer de tankpas in strijd met de autoregeling niet alleen heeft gebruikt voor het tanken van benzine voor de leaseauto of een vervangende auto. De overschrijding aan brandstof van 20% van het normverbruik wordt van werknemer terug verlangd. De vergoeding van de door Eriks noodzakelijk gemaakte onderzoekskosten worden van werknemer verlangd op grond van artikel 7:661 BW, nu hij door zijn handelswijze opzettelijk schade heeft toegebracht aan Eriks.

Oordeel
Bij beschikking van 6 augustus 2020 (AR 2020-1046) is geoordeeld dat het gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. Gelet daarop behoeft het (on)voorwaardelijk ontbindingsverzoek geen bespreking meer. Ten aanzien van de verzochte veroordeling tot betaling van de benzinekosten overweegt de kantonrechter dat werknemer niet heeft betwist dat de autoregeling van toepassing is. Nu werknemer heeft nagelaten de stellingen van Eriks omtrent de overschrijding van het geraamde benzineverbruik concreet en gemotiveerd te betwisten, wordt het ervoor gehouden dat de door Eriks overgelegde berekening klopt. Werknemer wordt op grond van artikel 3.2 van de autoregeling veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 4.353,88 aan overschrijding van benzinekosten. Ingevolge artikel 7:661 BW is een werknemer niet aansprakelijk voor de door hem aan de werkgever toegebrachte schade, tenzij de schade een gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid. Ten aanzien van het rijgedrag is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van opzet of bewuste roekeloosheid, zodat dit wordt afgewezen. Het doorsturen van de e-mails met bedrijfsgevoelige informatie (zie ook AR 2020-1046) wordt wel bewust roekeloos geacht, op grond waarvan werknemer aansprakelijk is voor de kosten van het onderzoek naar de e-mails. Een bedrag van in totaal € 2.094,11 aan onderzoekskosten wordt toegewezen.