Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 31 augustus 2020
ECLI:NL:RBAMS:2020:4273
Feiten
Werknemer is in dienst van Koninklijk Theater Carré (hierna: Carré) als theatertechnicus. Carré heeft onlangs een reorganisatie in gang gezet. Werknemer vordert afgifte van een kopie van het OR-reglement, de adviesaanvraag, de notulen van de in 2020 gehouden OR-vergaderingen en een kopie van het door de OR verstrekte advies, alsmede veroordeling van Carré de reorganisatie te schorsen voor de duur van twee maanden dan wel een andere redelijke termijn. Aan zijn vordering legt werknemer ten grondslag, samengevat weergegeven, dat er aanwijzingen zijn dat de reorganisatie niet op juiste wijze wordt doorgevoerd om het afspiegelingsbeginsel te ontduiken dat volgens hem moet worden toegepast. In plaats daarvan wordt de ‘stoelendansmethode’ gehanteerd. Daardoor bestaat de kans dat hij na bijna 24 jaar trouwe dienst als theatertechnicus op onterechte gronden op straat komt te staan. Hij heeft de gevraagde stukken nodig om zijn rechtspositie te kunnen beoordelen, aldus werknemer.
Oordeel
Afgifte stukken
Op de zitting bleken alle stukken waarvan afgifte wordt gevorderd inmiddels te zijn verstrekt, behalve de adviesaanvraag aan de OR. Omdat die bedrijfsgevoelige informatie bevat, wil Carré deze alleen verstrekken als werknemer een geheimhoudingsverklaring met een boetebeding tekent. Ter zitting hebben partijen overeenstemming bereikt over een geheimhoudingsverklaring voor de duur van zes maanden met een boete van € 5.000. Na ondertekening door werknemer van een zo spoedig mogelijk door Carré op te stellen verklaring zal hem per omgaande een afschrift van de adviesaanvraag worden verstrekt.
Voorgenomen reorganisatie
De coronacrisis heeft Carré gedwongen tot een reorganisatie waarbij naar het zich laat aanzien vijftien ontslagen zullen vallen. Daarover is advies ingewonnen bij de OR, die positief heeft geadviseerd. Niet alleen vanwege de doorlopende kosten, maar ook omdat iedereen zo snel mogelijk moet weten waar hij/zij aan toe is, pakt Carré dit voortvarend aan. Eigenlijk had zij de uitslag al bekend willen maken, maar dat is opgeschort in afwachting van de uitspraak in dit kort geding. Werknemer stelt dat voor hem nog veel te veel onduidelijk is over de voorgenomen reorganisatie. Bovendien signaleert hij tal van tekortkomingen bij de aanpak van Carré. Zo lijkt het erop dat ten onrechte een ‘stoelendans’ gaat worden gehouden in plaats van hantering van het afspiegelingsbeginsel. Hij wil tijd om zich hierover te kunnen beraden en zolang moet de reorganisatie met de gevolgen daarvan worden stilgelegd. Carré heeft er terecht op gewezen dat werknemer bij het UWV terecht kan als hij het niet eens is met de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst en dat daarna de weg naar de kantonrechter voor hem openstaat. Recht op een nieuwe functie heeft hij sowieso niet. Er gebeurt voor hem dus niets onomkeerbaars als de reorganisatie doorgaat. Zelfs als de aanpak van Carré tekortkomingen zou vertonen is er dus geen grond om de reorganisatie, waarmee zoals gezegd grote belangen zijn gemoeid voor zowel Carré als haar werknemers, stil te leggen alleen om werknemer meer tijd te gunnen om zich te beraden. Deze vorderingen worden dan ook afgewezen.