Naar boven ↑

Rechtspraak

FNV/Guts Installatietechniek B.V.
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 15 oktober 2020
ECLI:NL:RBOBR:2020:4990
Reisurenregeling waarbij een franchise van 1 uur per dag op reisuren in mindering wordt gebracht is nietig wegens strijd met artikel 44 Cao Metaal en Techniek.

Feiten

Werknemer is per 1 maart 2013 bij Guts Installatietechniek B.V. (hierna: Guts) in dienst getreden. Hij is werkzaam in de functie van leidinggevend servicetechnicus. In zijn arbeidsovereenkomst is de Cao Metaal en Techniek, Technisch Installatiebedrijf (hierna genoemd: de cao) van toepassing verklaard. Guts is een gebonden werkgever in de zin van artikel 9 Wet cao. De cao is een minimum-cao. Afwijking is alleen mogelijk ten gunste van de werknemer. Artikel 44 cao ziet op ‘betaling van reisuren’ en is vanaf 2014 inhoudelijk niet gewijzigd en is in bepaalde perioden algemeen verbindend verklaard. Guts brengt op deze bij cao geregelde te betalen reisuren gedurende werkdagen ‘een franchise’ van 1 uur per dag in mindering bij haar karweimedewerkers. Dit franchisebeding staat in de arbeidsovereenkomst van werknemer. In april 2018 is het franchisebeding voor het eerst door werknemer bij Guts onder de aandacht gebracht. FNV heeft Guts bij brief van 27 juni 2019 gesommeerd om uiterlijk binnen drie weken schriftelijk te bevestigen dat zij artikel 44 cao alsnog met terugwerkende kracht zal nakomen. Federatie Nederlandse Vakbeweging (hierna: FNV) en werknemer vorderen onder meer Guts te veroordelen tot nakoming, met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2014, van artikel 44 cao jegens haar (ex-)buitendienstmedewerkers.

Oordeel

Uit niets blijkt dat de vergoeding voor reistijd is inbegrepen in het salaris. In de arbeidsovereenkomst, de bijbehorende bijlage of het personeelshandboek wordt hierover niets specifieks vermeld. De vereiste schriftelijke verklaring die moet worden verstrekt vóórdat de vergoeding in de beloning wordt inbegrepen, is door Guts dan ook niet gegeven, zodat de uitzondering van artikel 44 lid 1 cao niet aan de orde is. Artikel 44 lid 3 cao is duidelijk geformuleerd en het komt volgens vaste rechtspraak niet aan op de bedoelingen van Guts of wat gebruikelijk is in de markt. ‘De plaats waarvoor de dienstbetrekking is aangegaan’ is de standplaats. Werknemer en de overige karweimedewerkers gaan niet eerst naar kantoor, maar vertrekken direct vanuit huis naar een karwei. Daarom is in hun arbeidsovereenkomst in artikel 3.5 hun woonplaats als standplaats aangemerkt. De tijd die zij van hun woonplaats/standplaats moeten reizen naar een karwei, is daarom reistijd die op grond van artikel 44 cao moet worden vergoed. Dat de regeling door Guts en haar rechtsvoorganger altijd met franchiseaftrek is uitgevoerd en dat ook andere bedrijven in de branche werken met eenzelfde franchisebeding maakt dit niet anders. Guts heeft weliswaar aangevoerd dat zij haar (karwei)medewerkers (fors) boven cao-normen uitbetaalt, maar hiermee kan de franchiseaftrek naar het oordeel van de kantonrechter niet worden verklaard. Hiervoor is al overwogen dat niet is gebleken dat reiskosten (deels) verdisconteerd zijn in het salaris van de (karwei)medewerkers. Verder valt uit de toelichting van Guts op te maken dat er beleidskeuzes aan de inschaling ten grondslag liggen (behoud van in de branche schaarse medewerkers). Guts heeft naar het oordeel van de kantonrechter dan ook onvoldoende onderbouwd dat de door haar gehanteerde reisurenregeling met franchiseaftrek gunstiger is dan, of in ieder geval gelijkwaardig is aan de reisurenregeling van artikel 44 cao. Als laatste verweer heeft Guts verwezen naar een uitspraak van de Rechtbank Utrecht (ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ1652), waarin de feitelijke situatie bij deze werkgever vergelijkbaar was met de feitelijke situatie van werknemer bij Guts. De kantonrechter ziet geen aanleiding om deze uitspraak te volgen. Zij is van oordeel dat er in elk geval in de aan haar voorgelegde zaak geen sprake is van woon-werkverkeer. Woon-werkverkeer moet worden onderscheiden van reisuren zoals die zijn gedefinieerd in de cao. Door een franchiseaftrek toe te passen op de reisuren, onthoudt Guts werknemer en haar overige karweimedewerkers een deel van hun vergoeding voor reisuren waarop zij krachtens de cao recht hebben. Op grond van het voorgaande komt de kantonrechter tot de conclusie dat het franchisebeding zoals opgenomen in artikel 3.5. van de individuele arbeidsovereenkomsten, met bijlage (in het geval van werknemer ) of met verwijzing naar het personeelshandboek (voor medewerkers die later in dienst zijn gekomen) in strijd is met artikel 44 cao en nietig is op grond van artikel 12 lid 1 Wet cao. De vordering van FNV om Guts te veroordelen om het berekende bedrag aan haar (ex-)buitendienstmedewerkers uit te betalen zal geclausuleerd worden toegewezen, dus slechts voor zover (ex-)buitendienstmedewerkers daarop aanspraak kunnen en willen maken.