Naar boven ↑

Rechtspraak

De ondernemingsraad van OBA Group B.V./OBA Group B.V.
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 8 oktober 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:2643
Geen schorsing concurrentie- en relatiebeding. De reikwijdte van het relatiebeding is voor werknemer voldoende duidelijk. Geringe overschrijding van de 30 kilometer onvoldoende grond om werknemer niet te houden aan die arbitrair gekozen en overeengekomen afstand.

Feiten

Werknemer is in 2015 voor de duur van zeven maanden bij InAxtion B.V. in dienst getreden in de functie van consultant. In de arbeidsovereenkomst staat onder meer een non-concurrentiebeding en een relatiebeding. De arbeidsovereenkomst tussen partijen is vervolgens met een jaar verlengd. Bij brief van 6 februari 2017 is aan werknemer bevestigd dat het tijdelijke dienstverband per 3 maart 2017 wordt omgezet naar een dienstverband voor onbepaalde tijd. Werknemer heeft ook deze brief voor akkoord getekend. In deze brief is opgenomen: ‘Alle overige voorwaarden uit uw arbeidsovereenkomst blijven ongewijzigd van kracht. Hierbij wijzen wij u nadrukkelijk op de artikelen die betrekking hebben op de overeengekomen bedingen inzake non-concurrentie, zijnde de artikelen 14 t/m 19 en artikel 21.’ Bij brief van 24 augustus 2018 heeft werknemer de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 oktober 2018. Het voornemen van werknemer was om in dienst te treden bij Oranjegroep Holding B.V. (hierna: Oranjegroep), vestiging Moerdijk. Oranjegroep is net als InAxtion een uitzendorganisatie voor technisch personeel. Beide bedienen geheel of ten dele dezelfde markt. De kantonrechter heeft de vorderingen van werknemer, primair schorsing van het concurrentiebeding en relatiebeding en subsidiair te bepalen dat hij niet gebonden is aan het concurrentiebeding, afgewezen. Werknemer is hiervan in hoger beroep gekomen.

Oordeel

Grief 3 faalt omdat naar het voorlopige oordeel van het hof met de formulering ‘de artikelen die betrekking hebben op de overeengekomen bedingen inzake non-concurrentie, zijnde de artikelen 14 t/m 19 en artikel 21’ voldoende duidelijk – ook voor werknemer – tot uitdrukking is gebracht dat tot die bedingen ook behoort het relatiebeding in artikel 18. Voor zover werknemer heeft bedoeld te betogen dat aan het schriftelijkheidsvereiste niet is voldaan op de grond dat de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst niet als bijlage is gevoegd bij de brieven van 29 januari 2016 en 6 februari 2017, faalt die klacht omdat werknemer door deze brieven voor akkoord te tekenen uitdrukkelijk heeft verklaard in te stemmen met de daarin nadrukkelijk genoemde bedingen en daarmee aan het schriftelijkheidsvereiste is voldaan. Voorshands is het hof met de kantonrechter van oordeel dat op grond van de inhoud van de door werknemer voor akkoord getekende brief van 6 februari 2017 moet worden aangenomen dat het concurrentiebeding tussen partijen opnieuw is overeengekomen bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Of het concurrentiebeding eerder geldig was of vernietigbaar, acht het hof daarom zonder belang. Onbillijke benadeling van werknemer in verhouding tot het te beschermen belang van InAxtion doet zich te minder voor nu gebleken is dat werknemer in dienst is getreden van Oranjegroep en voorlopig werkzaam is bij de vestiging van Oranjegroep te Antwerpen. Aan te nemen valt daarom dat het concurrentiebeding aan de gestelde inkomens- en positieverbetering niet in de weg staat. Ook grief 5 heeft geen succes. Het is aan werknemer om voldoende aannemelijk te maken dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat de door hem beoogde vestiging van Oranjegroep te Moerdijk niet binnen een straal van 30 kilometer vanaf het adres van InAxtion is gelegen en op die grond zijn vordering zal toewijzen. Op grond van het aan Google Maps ontleende verweer van InAxtion kan echter niet worden geoordeeld dat de door werknemer gestelde afstand van meer dan 30 kilometer voldoende aannemelijk is geworden. Werknemer heeft nog naar voren gebracht dat het onredelijk is hem aan een geografische beperking te houden wanneer de grensoverschrijding slechts enkele honderden meters zou zijn, maar hierin volgt het hof werknemer evenmin. De mogelijk min of meer arbitrair gekozen afstand van 30 kilometer is tussen partijen overeengekomen en het hof ziet in de betrekkelijk geringe overschrijding onvoldoende grond werknemer niet te houden aan die afstand. Het ligt in de rede artikel 18 uit te leggen tegen de achtergrond van artikel 17 en de in artikel 18 bedoelde relaties te beperken tot de personen, instellingen of bedrijven die in de periode van 24 maanden voorafgaande aan het einde van het dienstverband behoorden tot de cliënten of relaties van InAxtion. Het ligt eveneens, overeenkomstig het verweer van InAxtion, in de rede onder cliënten en relaties te verstaan de opdrachtgevers en uitzendkrachten van InAxtion. Aldus gelezen, is de reikwijdte van het relatiebeding naar het voorlopige oordeel van het hof voor werknemer voldoende duidelijk om zijn gedrag te kunnen bepalen. Voor een (verdere) beperking van het relatiebeding – mocht werknemer die hebben beoogd – bestaat geen aanleiding. De slotsom luidt dat geen van de grieven slaagt. Het bestreden vonnis zal daarom worden bekrachtigd.