Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Onderwijsstichting Esprit
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 16 oktober 2020
ECLI:NL:RBAMS:2020:5425
Werknemer, die gedurende 21 maanden ziek was voor eigen werk, heeft bewust verzwegen dat hij tegen betaling ander passend werk verrichtte en is daarom terecht op staande voet ontslagen.

Feiten

Werknemer is op 1 augustus 2015 in dienst getreden bij de Onderwijsstichting Esprit (hierna: “Esprit”) in de functie van docent aardrijkskunde. Zijn arbeidsomvang bedroeg vanaf dat moment steeds 0,4 fte. Daarnaast heeft werknemer sinds 1 augustus 2016 een dienstverband van 0,1 fte bij het CITO. Op de tussen werknemer en Esprit gesloten arbeidsovereenkomst is de cao Voortgezet Onderwijs van toepassing. In artikel 18 van deze cao staat dat de werknemer verplicht is de werkgever in kennis te stellen van het aanvaarden van een andere arbeidsovereenkomst dan wel van andere werkzaamheden waarvoor hij inkomen uit arbeid ontvangt. Ook staat in diezelfde bepaling dat het verrichten van nevenwerkzaamheden niet is toegestaan als deze naar het oordeel van de werkgever redelijkerwijs in strijd zijn met de belangen van de instelling. Esprit is een onderwijsstichting waarvan veertien scholen onderdeel uitmaken, waaronder de school van werknemer. Binnen de vakgroep aardrijkskunde van de school waar werknemer werkzaam is, bestaan sinds begin 2018 samenwerkingsproblemen. Als gevolg daarvan heeft werknemer zich op 8 april 2018 ziekgemeld. Enkele maanden later – en werknemer was toen nog altijd arbeidsongeschikt – heeft werknemer buiten medeweten van Esprit een arbeidsovereenkomst met het Regio College in Amsterdam gesloten. Hierbij gaat het ook om de functie van docent aardrijkskunde met een omvang van 0,46 fte. Op deze school is werknemer de enige docent aardrijkskunde, zodat hij geen onderdeel is van een vakgroep. Toen partijen aan het onderhandelen waren over oplossingsrichtingen – waaronder: terugkeer, outplacement of beëindiging – zijn de nevenwerkzaamheden door middel van. een UWV-rapport bij Esprit aan het licht gekomen. Op 15 mei 2020 is werknemer op staande voet ontslagen. Werknemer wordt verweten dat hij het aangaan van een nieuwe aanstelling met grotere omvang heeft verzwegen en daarbij gebruik – c.q. misbruik – heeft gemaakt van salarisdoorbetaling tijdens ziekte en re-integratie in het tweede spoor. Werknemer berust in het ontslag op staande voet, maar verzoekt de kantonrechter wel voor recht te verklaren dat hij recht heeft op loon van 1 september 2018 t/m 15 mei 2020. Daarnaast verzoekt hij de kantonrechter Esprit te veroordelen tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding, een transitievergoeding, een billijke vergoeding en een vergoeding voor advocaatkosten.

Oordeel

Onverwijldheid

Volgens de kantonrechter is het ontslag onverwijld gegeven. Zo blijkt dat het UWV-rapport binnen Esprit een lange weg heeft afgelegd voordat het bij de tot ontslag bevoegde instantie – het college van bestuur – terechtkwam. Dat rapport bevatte informatie over de nevenwerkzaamheden van werknemer. Op 7 mei 2020 is het rapport op de postkamer binnengekomen. Daarna is het via de verzuimcoördinator naar de rector gegaan. Vervolgens is de rector naar HR gegaan, die weer contact heeft opgenomen met de gemachtigde. Pas na diens beoordeling van de situatie is het rapport bij het college van bestuur terechtgekomen. Het college heeft vervolgens nog onderling af moeten stemmen, voordat het besluit tot ontslag werd genomen. Al met al acht de kantonrechter voldoende onderbouwd dat er een aantal dagen overheen is gegaan voordat het college van bestuur over alle informatie beschikte om het ontslagbesluit te kunnen nemen, waarna met voldoende voortvarendheid tot ontslag is overgegaan.

Dringende reden

Naar het oordeel van de kantonrechter kunnen de werkzaamheden bij Regio College als passende werkzaamheden worden aangemerkt. Daarbij is van belang dat beide functies inhoudelijk op hetzelfde neerkomen. Dat werknemer bij Regio College een hoger salaris verdient, maakt niet dat van passende arbeid niet kan worden gesproken. In het licht van het ontslag op staande voet betekent dit dat werknemer feitelijk al sinds september 2018 een grote stap heeft gezet in het re-integreren in het tweede spoor. Het lag dan ook op de weg van werknemer dit met Esprit te bespreken. In plaats daarvan heeft werknemer vanaf eind 2018 steeds op re-integratie in het tweede spoor aangedrongen, terwijl het hem duidelijk moest zijn geweest dat zijn nieuwe werkzaamheden bij de beoordeling van de re-integratie relevant waren. Dat werknemer hierover geen opening van zaken heeft gegeven, wordt hem aangerekend. Dat de bedrijfsarts eind 2019 wel op de hoogte was van de werkzaamheden bij Regio College, maakt dit oordeel niet anders. Het is immers de werkgever die hierover moet worden geïnformeerd en ook speelt hierbij mee dat de bedrijfsarts aan geheimhouding is gebonden. De kantonrechter concludeert dat werknemer gedurende 21 maanden waarin hij ziek was voor zijn eigen werk, bewust heeft verzwegen dat hij tegen betaling ander passend werk verrichtte. Hiermee heeft hij de plichten die uit de arbeidsovereenkomst voortvloeien grovelijk veronachtzaamd. Van Esprit kan dan ook redelijkerwijze niet worden verlangd de arbeidsovereenkomst voort te zetten. De persoonlijke omstandigheden van werknemer staan niet in de weg aan het ontslag op staande voet. Integendeel, nu werknemer feitelijk al ander werk had, waren de gevolgen van het ontslag voor hem juist beperkt.