Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Dordrecht), 10 november 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:10747
Feiten
Werknemer is met ingang van 27 augustus 2018 in dienst getreden bij Soenissa Security & Systems B.V. (hierna: Soenissa) in de functie van beveiligingsmedewerker. Op de arbeidsovereenkomst is de Cao Evenementen- en Horeca beveiliging (hierna: de cao) van toepassing is verklaard. Op 2 september 2019 heeft werknemer zich bij Soenissa ziek gemeld. Vanaf 4 november 2019 heeft werknemer in overleg met Soenissa 20 uur per week gewerkt. Op 10 januari 2020 is hij opnieuw volledig uitgevallen. Soenissa heeft werknemer bij brief van 5 juni 2020 een re-integratievoorstel toegestuurd en bij brief van 8 juni 2020 opgeroepen voor werk conform dit opbouwschema. Werknemer heeft te kennen gegeven dat dit niet mogelijk was. Soenissa heeft geen bedrijfsarts ingeschakeld. Bij brief van 22 juni 2020 heeft Soenissa werknemer bericht dat per direct het loon zou worden stopgezet en is hij opgeroepen te verschijnen conform het eerder opgestelde opbouwschema met ingang van 24 juni 2020. Bij brief van 20 juli 2020 heeft Soenissa werknemer bericht dat sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en dat deze per 26 augustus 2020 zal eindigen, mede als gevolg van het stoppen van de opdracht bij de inlener. De arbeidsovereenkomst is echter mondeling met ingang van 27 augustus 2019 omgezet naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, hetgeen door Soenissa bij e-mailbericht van 14 oktober 2019 schriftelijk is bevestigd. Voorts is werknemer tot op heden ziek. Werknemer verzoekt de kantonrechter onder meer – en kort gezegd – de opzegging te vernietigen en voor recht te verklaren dat de arbeidsovereenkomst voortduurt totdat deze rechtsgeldig is beëindigd alsmede doorbetaling van het loon en veroordeling van Soenissa tot inschakeling van een bedrijfsarts.
Oordeel
Soenissa heeft geen verweer gevoerd. Uit het e-mailbericht van Soenissa van 14 oktober 2019 volgt genoegzaam dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, zodat deze – noch daargelaten dat werknemer ziek is en de eerste twee jaar een opzegverbod geldt – niet per 26 augustus 2020 kon worden opgezegd. De verzochte vernietiging van de opzegging, voor zover Soenissa zich in haar brief van 20 juli 2020 op het standpunt stelt dat de overeenkomst door haar kon worden opgezegd omdat de opdracht bij de inlener is geëindigd, zal dan ook worden toegewezen. Ditzelfde geldt voor de verzochte verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst voortduurt totdat deze rechtsgeldig is beëindigd. Werknemer heeft op grond van de arbeidsovereenkomst recht op € 2.224 bruto per 4 weken aan loon, te vermeerderen met emolumenten. Werknemer is op 22 juni 2020, de datum van opschorting van het loon door Soenissa, meer dan 26 weken ziek, zodat hij op grond van afbouwregeling van artikel 44 lid 2 cao recht heeft op 90% van zijn loon, namelijk het gevorderde bedrag van € 2.004,60 per 4 weken vanaf 22 juni 2020, te vermeerderen met emolumenten. Dit bedrag zal dan ook worden toegewezen met dien verstande dat Soenissa – voor zover de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd – vanaf 31 augustus 2020 € 1.779,20 bruto (80%) en vanaf 22 februari 2021 € 1.556,80 bruto (70%) aan loon verschuldigd is. Deze bedragen zullen dan ook worden toegewezen. Aangezien werknemer zich op het standpunt stelt dat hij ziek is, rust op grond van artikel 14 en artikel 14a van de Arbeidsomstandighedenwet op Soenissa de wettelijke verplichting om zich bij de verzuimbegeleiding te laten bijstaan door een BIG-geregistreerde bedrijfsarts of door een gecertificeerde arbodienst. Het verzoek van werknemer om Soenissa te veroordelen tot inschakeling van een bedrijfsarts zal dan ook worden toegewezen.