Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 2 oktober 2020
ECLI:NL:RBMNE:2020:4664
Feiten
Werknemer is sinds 2014 werkzaam bij Provincie Utrecht. Bij indiensttreding is hij direct in de maximale trede van schaal 12 geplaatst. In het jaargesprek 2017 hebben werknemer en zijn toenmalig leidinggevende gesproken over de mogelijkheid voor werknemer om door te groeien naar schaal 13. In het verslag is opgenomen ‘Promotie naar schaal 13 (MD08) zodra dit formatief mogelijk is. Leidinggevende zet zich hiervoor in. In 2019 lijkt het mogelijk om de promotie te realiseren omdat de PU niet meer strak vast houdt aan het fte-formatiebudget. De promotie is opnieuw aan de orde geweest in het jaargesprek 2019.’ In het verslag van dat gesprek is daarover opgenomen: ‘Promotie naar schaal 13 in eerste helft 2019 realiseren.’ Kort na dit gesprek heeft werknemer een andere leidinggevende gekregen. Werknemer heeft aan hem effectuering van de toezegging gevraagd. De leidinggevende heeft aangegeven dat er voor effectuering drie opties zijn, namelijk (1) solliciteren op een functie die in een hogere schaal is gewaardeerd, als die beschikbaar komt; (2) opteren voor een structurele persoonlijke toelage; (3) aanvragen van een functieherwaardering. Werknemer heeft vervolgens aangegeven dat hij – onder voorwaarden – wenst te opteren voor de tweede optie. Deze keuze is door Provincie Utrecht intern in beraad genomen. In haar beslissing stelt Provincie Utrecht zich op het standpunt dat geen sprake is van een door haar gedane toezegging tot een promotie naar schaal 13. Evenmin mocht werknemer, volgens Provincie Utrecht, er gerechtvaardigd op vertrouwen dat hij een structurele persoonlijke toelage zou ontvangen. Coulancehalve heeft Provincie Utrecht een tijdelijke persoonlijke toelage toegekend voor de duur van één jaar. Partijen verschillen van mening over de vraag of aan werknemer een ondubbelzinnige en rechtens afdwingbare toezegging is gedaan. De toezegging is gedaan vóór inwerkingstreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, maar nakoming van de toezegging wordt ná de inwerkingtreding gevorderd.
Oordeel
Op grond van vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep is sprake van een toezegging wanneer het gaat om een uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke mededeling van een daartoe bevoegd persoon. Volgens de kantonrechter is daaraan voldaan. De tekst van het verslag is helder, ook in samenhang met wat op dit punt besproken is in het eerdere jaargesprek. Ook het vervolg, de e-mail van 8 oktober 2019, duidt daarop. Bovendien is vast komen te staan dat de leidinggevende bevoegd was de toezegging te doen. Nu de toezegging op 1 januari 2020 is geïncorporeerd en de vraag na inwerkingtreding van de WNRA voorligt, dient de toezegging te worden uitgelegd naar burgerlijk recht, met inachtneming van de omstandigheden die voortvloeien uit het ambtenarenrecht. De kantonrechter is van oordeel dat Provincie Utrecht werknemer vanaf 22 februari 2019 vanuit de huidige indeling in het maximum van schaal 12 een onvoorwaardelijke en structurele persoonlijke toelage moet toekennen. Werknemer heeft gevorderd om hem die persoonlijke toelage toe te kennen tot het maximum van schaal 13. Aangezien op dat onderdeel van de vordering geen verweer is gevoerd door Provincie Utrecht kan deze vordering worden toegewezen. De toelage dient dus tot het maximum van schaal 13 gegeven te worden.