Naar boven ↑

Rechtspraak

Menzies Aviation (Freighter Handling) B.V./werknemer
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 17 november 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:3114
Werknemer heeft verwijtbaar gehandeld door – in strijd met de geldende regels – alcohol te drinken tijdens werktijd. Verder was het aan werknemer om de (aan hem ondergeschikte) collega’s aan te spreken op het alcoholgebruik.

Feiten

Werknemer is op 1 januari 1996 in dienst getreden bij (een rechtsvoorganger van) Menzies. Menzies houdt zich bezig met de vrachtafhandeling van luchtvaartmaatschappijen op het grondgebied van de luchthaven Schiphol. Binnen Menzies en op Schiphol gelden verschillende (veiligheids)voorschriften en regels. Een van de regels is dat het de werknemers van Menzies onder werktijd verboden is onder invloed te zijn van alcohol, het bij zich te dragen of te nuttigen. Dit is ook opgenomen in de Huis- en gedragsregels. Op 5 juli 2019 heeft Menzies werknemer ermee geconfronteerd dat zij had geconstateerd dat werknemer op 29 juni 2019 onder werktijd samen met collega’s alcoholische drank had genuttigd in de eetruimte van Menzies. Werknemer is die dag vrijgesteld van werkzaamheden. In een brief van 9 juli 2019 heeft Menzies uiteengezet wat op 5 juli 2019 tussen partijen was besproken, onder meer om welke redenen Menzies werknemer zijn gedrag ernstig kwalijk nam. Daarnaast heeft Menzies de contouren van een minnelijke regeling geschetst. Bij e-mail van 12 juli 2019 heeft werknemer aan Menzies medegedeeld dat hij de door Menzies voorgestelde regeling niet accepteerde. Daarnaast heeft werknemer zich op het standpunt gesteld dat hij op 29 juni 2019 niet tijdens maar ná zijn dienst alcohol had genuttigd in de eetruimte van Menzies. Menzies heeft verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege verwijtbaar handelen of nalaten. Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter geoordeeld dat (ernstig) verwijtbaar handelen niet aan de orde is. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. Beide partijen komen tegen de beschikking in hoger beroep.

Oordeel

Vaststaat dat werknemer in de nacht van 29 op 30 juni 2019 alcohol heeft gedronken in de eetruimte. Ook is op die beelden te zien dat in die nacht diverse aan werknemer ondergeschikte medewerkers alcohol gebruikten in de eetruimte. Het zelf nuttigen van alcohol is verwijtbaar want in strijd met de binnen Menzies geldende regels. Bovendien heeft werknemer een voorbeeldfunctie. Verder heeft in elk geval heeft een van die collega’s na het drinken van alcohol op het platform werkzaamheden aan een vertraagd vliegtuig van China Airlines verricht. Dat had nooit mogen gebeuren. Het was aan werknemer de (aan hem ondergeschikte) collega’s aan te spreken op het alcoholgebruik op het moment dat hij daarvan kennis nam. Dat heeft hij ten onrechte niet gedaan. Dat vaker alcohol op de werkplek werd genuttigd is niet aannemelijk geworden. Naar het oordeel van het hof is sprake van verwijtbaar handelen en heeft de kantonrechter ten onrechte de arbeidsovereenkomst niet op die grond ontbonden. Het hof komt niet tot het oordeel dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen. In de eerste plaats omdat niet is komen vast te staan dat werknemer de desbetreffende collega heeft gevraagd werkzaamheden op het platform te verrichten terwijl hij wist dat deze collega alcohol had gedronken. Ten tweede omdat niet kan worden vastgesteld dat werknemer al vanaf het begin van de avond op de hoogte was van het alcoholgebruik van zijn collega’s. In de derde plaats omdat onduidelijk is welke gevolgen Menzies in het algemeen verbindt aan overtreding van het binnen haar organisatie geldende alcoholverbod. Verder weegt het hof mee het lange dienstverband van werknemer, het door de jaren heen prima functioneren van werknemer en de omstandigheid dat werknemer niet eerder bij een dergelijk incident betrokken is geweest. Hoewel het hof een andere ontbindingsgrond aanwezig acht, wordt de beschikking bekrachtigd.