Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 18 augustus 2020
ECLI:NL:RBNHO:2020:9252
Feiten
Werknemer is op 1 december 2018 in dienst getreden bij Hexapoda Ongediertebestrijding B.V. (hierna: Hexapoda). De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd en van rechtswege geëindigd op 28 juni 2019. Na afloop van de eerste arbeidsovereenkomst is een tweede arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tussen partijen gesloten, met een looptijd van 28 juni 2019 tot en met 29 februari 2020. In de arbeidsovereenkomst is opgenomen dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt zonder dat daarvoor opzegging/aanzegging nodig is. Hexapoda heeft bij brief (gedateerd op 21 januari 2020) laten weten met werknemer een afspraak te willen maken om een nieuwe arbeidsovereenkomst met dezelfde voorwaarden te willen tekenen. Op of omstreeks 3 maart 2020 heeft Hexapoda een nieuwe conceptarbeidsovereenkomst met werknemer doorgesproken. Werknemer is niet akkoord gegaan met de conceptarbeidsovereenkomst waardoor geen derde arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. Werknemer verzoekt Hexapoda te veroordelen tot betaling van een vergoeding wegens het niet nakomen van de aanzegverplichting.
Oordeel
De kantonrechter stelt voorop dat de wet nadrukkelijk verlangt dat de werkgever de werknemer schriftelijk informeert. Het is aan de werkgever om te stellen en, bij betwisting door de werknemer, te bewijzen dat de schriftelijke aanzegging de werknemer tijdig heeft bereikt. In de door Hexapoda overgelegde brief van 21 januari 2020 is weliswaar een aanzegging opgenomen, maar daarmee staat de (tijdige) ontvangst van deze brief door werknemer niet vast. Hoewel Hexapoda heeft gesteld dat de brief per reguliere post aan werknemer is verzonden en in de personeelslade is gelegd, waarbij is gezien dat werknemer de brief uit deze lade heeft gehaald, heeft werknemer de ontvangst van deze brief en daarmee de aanzegging, stellig betwist. Uit het bepaalde in artikel 3:37 lid 3 BW volgt dat een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring die persoon moet hebben bereikt om haar werking te hebben. Het is dan ook aan Hexapoda te stellen en, indien nodig, te bewijzen, dat de brief van 21 januari 2020 werknemer (tijdig) heeft bereikt. Nu Hexapoda heeft erkend dat zij de brief niet aangetekend heeft verzonden, en zij daarmee geen bewijs van verzending over kan leggen, staat de ontvangst van de brief door werknemer niet vast. Op grond van het voorgaande oordeelt de kantonrechter dat niet is komen vast te staan dat Hexapoda werknemer tijdig schriftelijk heeft geïnformeerd over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter veroordeelt Hexapoda derhalve tot betaling aan werknemer van een aanzegvergoeding.