Naar boven ↑

Rechtspraak

BVK Koeriers V.O.F./werknemer
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 8 december 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:3339
Bewijswaardering ten aanzien van omvang overeengekomen arbeidsduur pakketbezorger. Bewijs niet geleverd. Vordering tot betaling achterstallig loon in hoger beroep alsnog afgewezen.

Feiten

Bij tussenbeschikking is werknemer toegelaten te bewijzen dat de omvang van de tussen partijen overeengekomen arbeidsduur in de periode vanaf 1 juli 2014 tot 1 oktober 2015 176 uur per maand is geweest. Teneinde het bewijs te leveren heeft werkgever getuigen doen horen, waaronder zichzelf. Ook BVK Koeriers V.O.F. (hierna: BVK c.s.) hebben getuigen doen horen teneinde tegenbewijs te leveren.

Oordeel

Het hof is van oordeel dat werknemer het bedoelde bewijs niet heeft geleverd. Vast staat dat tussen BVK en werknemer een arbeidsovereenkomst heeft bestaan die met ingang van 1 juli 2016 is ontbonden, dat de overeengekomen arbeidsduur vanaf 1 oktober 2015 tot 1 juli 2016 173,33 uur per maand bedroeg en dat het loon van werknemer gedurende laatstgenoemde periode € 2.200 bruto per maand beliep. Als niet weersproken staat verder vast dat BVK vóór 1 oktober 2015 een loon van € 900 bruto per maand aan werknemer heeft betaald, zodat het door werknemer ontvangen loon met ingang van 1 oktober 2015 meer dan verdubbeld is. De verklaring van werknemer roept de vraag op waarom werknemer, als hij vóór 1 oktober 2015 176 uur per maand voor BVK werkzaam is geweest, in deze periode hetzij genoegen heeft genomen met de betaling van een loon van € 900 bruto per maand, hetzij niet aantoonbaar bij BVK heeft geklaagd over de omvang van dat bedrag in verhouding tot de omvang van zijn werkzaamheden. Hierbij is mede van belang dat het minimumloon per 1 juli 2014 in alle gevallen een stuk hoger lag dan het door BVK betaalde loon, welk verschil werknemer redelijkerwijs niet kan zijn ontgaan. Bovendien is werknemer partijgetuige, op grond waarvan hij aanvullende bewijzen nodig heeft om zijn getuigenverklaring voldoende geloofwaardig te  maken. Zodanige aanvullende bewijzen ontbreken. De arbeidsomvang kan evenmin uit de overige getuigenverklaringen, het activiteitenrapport van PostNL, verklaringen van ontvangers van door werknemer bezorgde pakketten en filmopnamen worden opgemaakt. Het verzoek van werknemer tot veroordeling van BVK c.s. tot betaling van achterstallig loon aan hem over de genoemde periode, welk verzoek berust op een arbeidsduur van 176 uur per maand, zal daarom alsnog worden afgewezen.