Naar boven ↑

Rechtspraak

Federatie Nederlandse Vakbeweging/PostNL Pakketten Benelux B.V.
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 15 december 2020
ECLI:NL:RBNNE:2020:4471
PostNL is als inlener (hoofdelijk) aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad en vanaf 1 juli 2015 mede op grond van de WAS voor de nabetaling van het gevorderde achterstallige loon van ter beschikking gestelde pakketsorteerders.

Feiten

PostNL Pakketten Benelux B.V. (hierna: PostNL) is een onderdeel van PostNL Holding B.V. PostNL heeft circa twintig vestigingen door Nederland waar haar pakkettensorteercentra zich bevinden. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Werk B.V. handelt (mede) onder de naam 365Werk.nl en is een uitzendbureau (hierna: 365Werk). De gemeente Midden-Groningen oefent rechtstreeks beheer uit over haar vestiging Bedrijf voor Werk, Re-Integratie en Inkomen (hierna: BWRI). Vanaf 1 april 2013 zijn PostNL en BWRI gaan samenwerken op het gebied van de verzendsortering. Op die datum werd het nieuwe depot in Kolham geopend. PostNL en BWRI hebben een samenwerkingsovereenkomst gesloten. FNV heeft op 18 juli 2016 een artikel 8 Waadi-melding gedaan bij de Inspectie SZW van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (de ISZW), waarbij zij de ISZW heeft verzocht om onderzoek in te stellen naar (1) de vraag of sprake is van ter beschikking stellen van arbeid van werknemers van 365Werk/BWRI aan PostNL en (2) de vraag of bij beloning van de arbeidskrachten sprake is van gelijke beloning ten opzichte van vergelijkbare werknemers van PostNL. In het verslag van de ISZW is onder meer opgenomen dat sprake is van terbeschikkingstelling van arbeidskrachten door Werk B.V. aan PostNL Pakketten Kolham en de arbeidsvoorwaarden voor de tewerkgestelde krachten niet ten minste dezelfde zijn als die gelden voor vergelijkbare werknemers in dienst bij PostNL. Op 14 december 2018 heeft FNV een schikking getroffen met Werk BV/365Werk en de gemeente Midden-Groningen, vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Nadien heeft PostNL besloten om te stoppen met contracting en te gaan werken met uitzendkrachten in haar pakkettensorteercentra. FNV houdt PostNL onder meer aansprakelijk voor het achterstallige loon van de genoemde werknemers op grond van onrechtmatige daad, door willens en wetens ge/misbruik te maken van de door 365Werk gepleegde wanprestatie jegens haar werknemers. Deze vordering wordt vanaf 1 juli 2015 tevens gebaseerd op de Wet aanpak schijnconstructies (WAS).  

Oordeel

Is sprake van beschikbaarstelling in de zin van de Waadi?

Niet in geschil is dat de arbeidskrachten tot 1 augustus 2015 in dienst waren bij BWRI en vanaf 1 augustus 2015 in dienst bij 365Werk. BWRI is op papier de contractant van PostNL, maar de feitelijke uitvoering van de ‘constructie’ vindt ook vanaf 1 augustus 2015 op gelijke wijze plaats. In feite verandert er met de komst van 365Werk niets. Iedere andere uitleg zou ertoe leiden dat aan het beginsel van gelijke behandeling van uitzendkrachten eenvoudig kan worden ontkomen door gebruik te maken van een constructie waarbij de ‘inlener’ een tussenschakel betreft die slechts op papier bestaat. Het voorgaande betekent dat PostNL als inlener heeft te gelden. Omdat het toezicht en de leiding op de werkzaamheden van de verzendsortering feitelijk in handen is van PostNL, is ook voldaan aan de voorwaarde dat de arbeidskrachten hun werkzaamheden uitvoeren onder leiding en toezicht van degene aan wie zij ter beschikking zijn gesteld. Artikel 8 Waadi is dan ook van toepassing.

Is PostNL (hoofdelijk) aansprakelijk voor de nabetaling van het achterstallig loon?

Op grond van alle feiten en omstandigheden is voldoende vast komen te staan dat PostNL bekend was dan wel had moeten zijn met de terbeschikkingstelling van arbeidskrachten door 365Werk via BWRI en de daarmee gepaard gaande (onder)betaling. Dat PostNL hiervan vervolgens heeft geprofiteerd en heeft bedoeld te profiteren, blijkt niet alleen uit het filmpje met de directeur, maar ook uit de considerans van de samenwerkingsovereenkomst tussen PostNL en BWRI. De conclusie is dan ook dat PostNL zodanig in strijd heeft gehandeld met de door haar in het maatschappelijk verkeer in acht te nemen zorgvuldigheid, dat sprake is van onrechtmatig handelen jegens de bij haar te werk gestelde arbeidskrachten. Voor wat betreft de aansprakelijkheid op grond van de WAS voert PostNL als verweer onder meer aan dat zij niet de directe opdrachtgever is in de zin van artikel 7:616a BW, aangezien de arbeidskrachten in dienst zijn bij 365Werk met wie PostNL geen contractuele relatie heeft. In de voorliggende kwestie gaat het om een overeenkomst die is gesloten tussen PostNL en BWRI, maar die feitelijk wordt uitgevoerd door 365Werk. Indien het standpunt van PostNL zou worden gevolgd, zou artikel 7:616a BW op eenvoudige wijze kunnen worden omzeild en dat kan alleen al gelet op de naam van de wet niet de bedoeling van de wetgever zijn geweest. De kantonrechter komt tot de conclusie dat de gevorderde verklaring voor recht inhoudende dat PostNL (hoofdelijk) aansprakelijk is op grond van onrechtmatige daad en vanaf 1 juli 2015 mede op grond van artikel 7:616a BW voor de nabetaling van het gevorderde achterstallige loon zal worden toegewezen.