Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 25 februari 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:787
Feiten
Op 1 januari 2014 zijn de gemeenten Alphen aan den Rijn, Boskoop en Rijnwoude gefuseerd tot de nieuwe gemeente Alphen aan den Rijn. Vanaf 2017 is gewerkt aan de totstandkoming van een nieuw organisatieplan, onder de noemer ‘Organisatie van de Toekomst’. De bestaande organisatiestructuur is, na een voorwaardelijk positief advies van de ondernemingsraad, vastgesteld bij besluit van 8 oktober 2018 en ingevoerd per 1 januari 2019. Eind december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) opdracht gegeven voor een tussenevaluatie van de organisatieontwikkeling. Een van de adviezen van een daartoe ingeschakelde externe adviseur was de huidige topstructuur te herzien met als uitgangspunten: klein, simpel en duidelijk, met maximaal vijf posities in het topmanagement. Op 14 juli 2020 is aan de ondernemingsraad een presentatie gegeven over de door de gemeente beoogde besluitvorming over de verdere ontwikkeling van de ‘Organisatie van de Toekomst’. Die presentatie houdt onder meer in dat het college een analyse van de gemeentesecretaris met betrekking tot de gemeentelijke organisatie steunt en opdracht heeft gegeven voor een plan van aanpak hoe deze richting verder te ontwikkelen en dat de beoogde structuur bestaat uit vier directeuren die tezamen het directieteam (DT) vormen, gericht op integrale concernsturing. Als gevolg daarvan zal de functie ‘manager dienstverlening’ vervallen. In de presentatie wordt een adviesaanvraag op 6 augustus 2020 in het vooruitzicht gesteld. Op 6 augustus 2020 heeft de gemeentesecretaris de ondernemingsraad gevraagd advies uit te brengen over de voorgenomen nieuwe DT-structuur en, na consultatie van het Lokaal Overleg, advies uit te brengen over het plan van aanpak. Met betrekking tot de personele gevolgen houdt de adviesaanvraag onder meer in dat de functie ‘manager dienstverlening’ (3,5 fte) komt te vervallen, dat de gewijzigde functie directeur geen uitwisselbare functie is en dat de manager dienstverlening daarom boventallig wordt en dat het sociaal statuut van toepassing is. Op 7 oktober 2020 heeft de ondernemingsraad negatief geadviseerd. Op 19 oktober 2020 heeft de gemeentesecretaris aan de ondernemingsraad medegedeeld dat hij besloten heeft de voorgestelde structuurwijziging door te voeren en opdracht heeft gegeven om het plan van aanpak met verbeteracties uit te voeren vanaf 1 januari 2021. Het beroep van de ondernemingsraad richt zich tegen het besluit tot wijziging van de structuur van de top van de ambtelijke organisatie van de gemeente. De gemeente heeft onder meer aangevoerd dat dit besluit onder de reikwijdte van het primaat van de politiek valt en dat daarom aan de ondernemingsraad geen beroepsrecht toekomt.
Oordeel
Valt het besluit over de structuurwijziging van de gemeente onder de reikwijdte van het primaat van de politiek?
Het ligt voor de hand dat de wijze waarop de ambtelijke organisatie is ingericht en vormgegeven en daaraan leiding wordt gegeven, van wezenlijk belang is voor de mate waarin het college zijn beleidsdoelstellingen kan realiseren. Uit de genoemde feiten blijkt dat in het onderhavige geval het college zich actief heeft bemoeid met de structuurwijziging waartoe het besluit strekt. De beslissing over de inrichting van de structuur van de ambtelijke top vergt onmiskenbaar een politieke afweging van de daaraan verbonden voor- en nadelen. Het besluit valt daarmee onder de reikwijdte van het primaat van de politiek en is op grond van de WOR van medezeggenschap uitgezonderd, behoudens voor zover het de personele gevolgen betreft. Aan dit alles doet niet af dat niet het college maar de gemeentesecretaris – naar de gemeente ter zitting heeft gesteld op grond van een mandaat – het besluit heeft genomen. Het feit dat aan de ondernemingsraad ongeclausuleerd is gevraagd te adviseren over de beoogde structuurwijziging van de ambtelijke top, betekent niet dat de ondernemingsraad op grond daarvan het beroepsrecht van artikel 26 WOR toekomt (HR 22 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:397).
De bezwaren met betrekking tot de personele gevolgen van het besluit
Voor zover het bezwaar betrekking heeft op de gevolgen van het besluit voor het functioneren van de teamleiders, acht de Ondernemingskamer dat bezwaar onvoldoende concreet om te kunnen oordelen dat de gemeente om die reden bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het besluit kon komen. Verder heeft de ondernemingsraad niet duidelijk gemaakt waarom hij twijfelt aan de stelling van de gemeentesecretaris dat de structuurwijziging budgetneutraal kan worden uitgevoerd. Voor zover het bezwaar van de ondernemingsraad dat onvoldoende bekend is over de gevolgen van het besluit betrekking heeft op de personele gevolgen van het besluit, heeft de ondernemingsraad niet voldoende duidelijk gemaakt waarop dit bezwaar precies betrekking heeft en waarom dit bezwaar zou moeten leiden tot de conclusie dat de gemeente bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het besluit kon komen. De Ondernemingskamer constateert dat dit bezwaar kennelijk geen betrekking heeft op de rechtspositionele gevolgen van het boventallig worden van managers dienstverlening. De ondernemingsraad heeft daarover in zijn advies opgemerkt dat het Sociaal Plan in voldoende mate voorziet in die gevolgen.