Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 12 april 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:3495
Feiten
Werkneemster is van 10 september 1979 tot 1 maart 2018 in dienst geweest bij NS Reizigers B.V. (hierna: NS) in de functie van medewerker reisinformatie (MRI). Bij brief van 21 september 2017 heeft NS werkneemster meegedeeld dat haar functie door de organisatiewijziging komt te vervallen. In de vaststellingsovereenkomst zijn partijen overeengekomen dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden eindigt per 1 maart 2018 en dat werkneemster een vergoeding ontvangt van € 77.000 bruto. De vaststellingsovereenkomst bevat een bepaling over finale kwijting. Werkneemster stelt zich in deze procedure op het standpunt dat NS haar ten onrechte eenzijdig haar werkzaamheden heeft ontnomen en dat zij heeft gedwaald bij het aangaan van de vaststellingsovereenkomst. Zij verzoekt primair verklaringen voor recht dat NS toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen, althans dat haar een beroep op dwaling toekomt ter zake van het sluiten van de vaststellingsovereenkomst. Zij vindt dat zij in de nieuwe functie van centrale reisinformatie analist (CRA) geplaatst had moeten worden. Subsidiair stelt werkneemster dat NS haar beëindigingsvergoeding in strijd met het verbod op leeftijdsdiscriminatie heeft afgetopt tot het bedrag van € 77.000 en vraagt zij vergoeding van de schade die zij daardoor lijdt. De kantonrechter heeft de verzoeken van werkneemster afgewezen.
Oordeel
In de reorganisatie zijn de functies MRI en CRA als niet-uitwisselbaar beoordeeld. Werkneemster stelt dat de functies MRI en CRA wel uitwisselbaar zijn en dat daarom op grond van artikel 11 van de Ontslagregeling de MRI’s volgens het zogeheten omgekeerde afspiegelingsbeginsel in de functie van CRA geplaatst hadden moeten worden. Omdat zij zich beroept op de rechtsgevolgen daarvan, betekent dit dat de stelplicht en bewijslast van de uitwisselbaarheid van de functies rusten op werkneemster. Zij heeft aan haar stelplicht in dit opzicht niet voldaan. Ook in hoger beroep licht werkneemster de door haar gestelde uitwisselbaarheid van de functies inhoudelijk niet verder toe, maar volstaat zij met het geven van kritiek op het rapport van de HayGroup. Het hof stelt voorop dat het rapport van de HayGroup voldoet aan het toetsingskader. Uit het rapport blijkt dat de toets op uitwisselbaarheid van de functies MRI en CRA is gedaan aan de hand van de gezichtspunten van artikel 13 van de Ontslagregeling, te weten niveau en beloning, functie-inhoud, en kennis en vaardigheden. Daarnaast is geconcludeerd dat de functie-inhoud deels vergelijkbaar is, maar dat de vereiste kennis en vaardigheden niet vergelijkbaar zijn omdat van de CRA méér wordt verlangd. De ondernemingsraad en vakbonden hebben deze conclusie overgenomen. Bovendien geldt dat HayGroup het onderzoek heeft gedaan onder begeleiding van een belonings- en functiewaarderingsdeskundige van de FNV aan de hand van het juiste toetsingskader en dat de uitkomsten van het rapport door de vakbonden en de ondernemingsraad zijn onderschreven. Het hof verwerpt dus de kritiek van werkneemster op het rapport van de HayGroup. Het hof oordeelt dat NS niet tekort is geschoten in haar informatieplicht en dat NS werkneemster niet omgekeerd afgespiegeld, zonder selectie, in de functie van CRA had moeten plaatsen.
Finale kwijting
Van een tekortkoming van NS is geen sprake en ook het beroep op dwaling faalt. De vaststellingsovereenkomst is niet door een onjuiste voorstelling van zaken tot stand gekomen. Dat brengt weer mee dat NS zich op de finale kwijting in de vaststellingsovereenkomst kan beroepen. Volgens werkneemster ziet de kwijting niet op de situatie waarin sprake is van uitwisselbare of voortgezette functies, maar nu het hof hiervoor heeft geoordeeld dat haar standpunten hierover niet juist zijn, kan deze gestelde uitleg in het midden blijven. Werkneemster voert ook nog aan dat zij een voorbehoud heeft gemaakt bij het ondertekenen van de vaststellingsovereenkomst. Dat voorbehoud is door NS echter (bij herhaling) niet geaccepteerd. Bovendien zag dat voorbehoud alleen op de aftopping van de beëindigingsvergoeding, en niet op haar stelling dat zij aanspraak had op de functie CRA. Nu werkneemster NS finale kwijting heeft verleend ten aanzien van al hetgeen zij uit hoofde van de (beëindiging van de) arbeidsovereenkomst of anderszins van NS te vorderen heeft, stuiten haar verzoeken tot schadevergoeding daarop af. Dat geldt ook voor haar subsidiaire verzoek over aftopping van de beëindigingsvergoeding.