Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/QLS Fulfilment B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Dordrecht), 16 april 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:3753
Werkneemster niet-ontvankelijk in haar verzoek om vernietiging opzegging dan wel billijke vergoeding. Verzoekschrift na twee maanden en dus te laat ingediend. Enkel verzoek transitievergoeding (€ 318) toewijsbaar.

Feiten

Werkneemster is op 31 maart 2020 bij QLS Fulfilment B.V. (hierna: QLS) in dienst getreden in de functie van algemeen medewerker. Het laatstgenoten salaris bedraagt € 12,04 bruto per uur, exclusief emolumenten. De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd en eindigde op 31 oktober 2020. Bij e-mail van 29 oktober 2020 heeft QLS werkneemster bericht dat zij gedurende het dienstverband niet goed heeft gefunctioneerd. QLS heeft verder aangegeven dat zij op 28 oktober 2020 met werkneemster in gesprek heeft willen treden en dat zij samen met werkneemster camerabeelden van de werkvloer had willen bekijken, zodat werkneemster duidelijk gemaakt kon worden wat zij anders diende te doen. Werkneemster heeft dit niet willen doen en is volgens QLS heel kwaad geworden, waarbij zij een collega heeft uitgemaakt voor ‘idioot’ en heeft gesteld dat hij ‘gestoord’ zou zijn. QLS heeft in de e-mail aangegeven dat zij geen verdere arbeidsrechtelijke stappen onderneemt, alleen vanwege de reden dat de arbeidsovereenkomst op zeer korte termijn van rechtswege eindigt. Werkneemster verzoekt thans vernietiging van het ontslag van 31 oktober 2020 en veroordeling van QLS tot loondoorbetaling. Subsidiair verzoekt werkneemster toekenning van een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding. Zij stelt dat QLS haar in september 2020 een aanbod tot verlenging heeft gedaan, dat zij dit aanbod heeft geaccepteerd en dat QLS met haar e-mail van 29 oktober 2020 de arbeidsovereenkomst beëindigd heeft zonder dat daarvoor een rechtsgeldige reden aanwezig was.

Oordeel

QLS heeft bij e-mail van 29 oktober 2020 te kennen gegeven het dienstverband met werkneemster te willen beëindigen per 31 oktober 2020. Dit betekent dat een verzoekschrift tot vernietiging van die opzegging uiterlijk op 31 december 2020 ter griffie ontvangen moest zijn (art. 7:686a lid 4 BW). Vast staat dat het verzoekschrift van werkneemster eerst op 6 januari 2021 is ontvangen. Het verzoekschrift is dus te laat ingediend. Het gevolg daarvan is, zoals QLS terecht aanvoert, dat het recht om vernietiging te vorderen is vervallen. De beëindiging van het dienstverband is onaantastbaar geworden. De vordering tot doorbetaling van loon, alsmede het subsidiaire verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging worden afgewezen. Voor de transitievergoeding geldt een vervaltermijn van drie maanden. In dit verzoek is werkneemster dus wel ontvankelijk. QLS heeft als verweer aangevoerd dat zij niet gehouden is de transitievergoeding aan werkneemster te betalen, nu volgens QLS sprake is van ernstig verwijtbaar gedrag en de overeenkomst op initiatief van werkneemster niet is verlengd. Op 28 oktober 2020 heeft een aanvaring plaatsgevonden, waarbij werkneemster volgens QLS zou hebben gescholden en getierd. Werkneemster betwist dit. De kantonrechter overweegt dat, ook als zou komen vast te staan dat werkneemster heeft gescholden, dit niet kan worden aangemerkt als ernstig verwijtbaar handelen. Omdat QLS met haar e-mail van 29 oktober 2020 de overeenkomst heeft opgezegd, is zij de transitievergoeding verschuldigd. De kantonrechter veroordeelt QLS tot betaling van € 318,28 aan transitievergoeding.