Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Dordrecht), 22 april 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:3788
Feiten
Werknemer is op 10 oktober 2017 in dienst getreden bij werkgeefster in de functie van meubelverkoper. In de arbeidsovereenkomst zijn een nevenarbeid-, non-concurrentie-, relatie- en boetebeding opgenomen. Op 31 maart 2020 heeft werknemer zijn arbeidsovereenkomst opgezegd met een opzegtermijn van een maand en hij is daarna door werkgeefster vrijgesteld van werk. Bij brief van 29 april 2020 heeft werkgeefster werknemer bericht dat hij in strijd heeft gehandeld met het verbod tijdens het dienstverband nevenactiviteiten te verrichten en in strijd heeft gehandeld met het non-concurrentiebeding en relatiebeding. Vanwege deze overtredingen heeft werkgeefster haar betalingsverplichting jegens werknemer ter zake van een aan hem toekomende bonus opgeschort en heeft werkgeefster zich op verrekening beroepen. Werknemer woont samen met zijn partner, die een eenmanszaak exploiteert. Werknemer vordert werkgeefster te veroordelen aan hem te betalen de bonusuitkering van 2019 en de vakantiebijslag over deze bonusuitkering.
Oordeel
De kantonrechter is ten aanzien van de eerste overtreding van oordeel dat werkgeefster onvoldoende heeft onderbouwd dat werknemer het verbod van nevenwerkzaamheden heeft overtreden. Daartoe overweegt hij dat werknemer niet heeft betwist dat de glazenwand en glazen deur door de eenmanszaak aan klanten zijn geleverd, maar hij heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van overtreding van de arbeidsovereenkomst. Uit de toelichting van partijen en de overgelegde e-mails blijkt dat het tot de normale werkzaamheden van werknemer behoorde om niet alleen de collectie van werkgeefster aan klanten aan te bieden, maar ook verder mee te denken en producten aan te bieden buiten de collectie. Dit maakt ook dat evenmin sprake is van overtreding van het non-concurrentiebeding. De glazenwand en glazen deur die door de eenmanszaak aan de klanten werden aangeboden behoren niet tot de collectie van werkgeefster, zodat geen sprake is van een concurrerend product. Er is derhalve, ook als vaststaat dat werknemer meer dan hij stelt betrokken is bij de verkoop van de producten, geen sprake van concurrentie tussen de eenmanszaak en werkgeefster. Ten aanzien van de tweede overtreding, namelijk dat werknemer een klant heeft doorgeleid naar de eenmanszaak, overweegt de kantonrechter dat het verbod op nevenwerkzaamheden niet is overtreden. Zoals gezegd behoorde het tot de normale werkzaamheden van werknemer om mee te denken met klanten, en producten buiten de collectie aan te bieden. Ook is onvoldoende gesteld om een schending van het non-concurrentiebeding aan te kunnen nemen. Het blijkt nergens uit dat er tijdens het dienstverband van werknemer contact is geweest tussen de klant en de eenmanszaak over de meubels, zodat niet is vast komen te staan dat het contact ziet op concurrerende werkzaamheden. Het contact na het dienstverband valt buiten de geografische reikwijdte van het non-concurrentiebeding. Ten aanzien van de derde overtreding heeft werkgeefster niet onderbouwd welk verbod is overtreden, zodat zij geen grondslag heeft voor dit verzoek. De laatste overtreding ziet volgens werkgeefster op het doorsturen van twee plattegronden van de aanbouw van een woning van een klant naar het privé-e-mailadres van werknemer. De kantonrechter is van oordeel dat werkgeefster onvoldoende heeft onderbouwd dat werknemer met zijn handelswijze de arbeidsovereenkomst heeft overtreden. Het is niet onaannemelijk dat werknemer de tekeningen naar zichzelf heeft doorgestuurd om in de avonduren met de klant mee te denken. Ook had het op de weg van werkgeefster gelegen om te onderbouwen dat zij een opdracht met deze klant is misgelopen. Dat is niet gebleken. Gelet hierop is de conclusie dat niet is vast komen te staan dat werknemer in strijd met de arbeidsovereenkomst heeft gehandeld, zodat werkgeefster zich ten onrechte heeft beroepen op verrekening. De gevorderde bonus wordt toegewezen.