Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Gouda), 21 april 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:4816
Feiten
Werknemer, in dienst van Euromaster Bandenservice B.V. (hierna: Euromaster), is op enig moment op staande voet ontslagen. Hij heeft de kantonrechter verzocht het ontslag op staande voet te vernietigen. Euromaster heeft ter zitting het ontslag op staande voet ingetrokken en verzocht de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden. Aan dit verzoek legt Euromaster ten grondslag dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding en dat herplaatsing van werknemer niet meer mogelijk is. Werknemer verzet zich tegen inwilliging van het verzoek, maar heeft de verstoorde arbeidsverhouding en de onmogelijkheid tot herplaatsing erkend.
Oordeel
Nu werknemer heeft erkend dat de arbeidsverhouding verstoord is, en partijen het erover eens zijn dat die verstoring onherstelbaar is en herplaatsing van werknemer niet meer mogelijk moet worden geacht, ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst. Partijen zijn het er eveneens over eens dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden met ingang van 1 juli 2021. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen ook nadere overeenstemming bereikt ten aanzien van de verdere afwikkeling van de arbeidsovereenkomst. Euromaster dient werknemer (het netto-equivalent van) een beëindigingsvergoeding (daaronder begrepen de transitievergoeding) van € 61.000 bruto te betalen. Voorts wordt bepaald dat werknemer niet langer gebonden is aan het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding.