Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer c.s./Tarina Holding B.V. c.s.
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 28 mei 2021
ECLI:NL:RBLIM:2021:4468
Werknemers niet-ontvankelijk in verzoek tot instelling gemeenschappelijke ondernemingsraad. Niet alle relevante rechtspersonen zijn in rechte betrokken en niet duidelijk is wie als ondernemer in de zin van de WOR moet worden aangemerkt.

Feiten

Werknemer 1 is in dienst van GP Health Products B.V. (volgens werknemer) althans GP International Holding N.V. (volgens de verwerende partijen). Werknemer 2 is in dienst van Food for Health Publishing and Media B.V. Dit is een dochteronderneming van Tarina Holding B.V. (een van de verwerende partijen). GP International Holding vormt samen met vier dochterondernemingen de GP-groep. Twee van de vier dochterondernemingen zijn bij deze procedure als verwerende partij betrokken. Tarina Holding B.V. staat aan het hoofd van de Tarina Groep, bestaande uit vijf dochterondernemingen. Werknemers verzoeken thans – kort gezegd – GP International Holding N.V. te gebieden een gemeenschappelijke ondernemingsraad in te stellen.

Oordeel

De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek niet toewijsbaar is. Anders dan werknemers stellen, is een ondernemer op grond van de wet niet automatisch verplicht een gemeenschappelijke ondernemingsraad in te stellen zodra er in de door de ondernemer in stand gehouden ondernemingen gezamenlijk ten minste vijftig werknemers werkzaam zijn. Artikel 3 lid 1 WOR stelt namelijk als aanvullend vereiste dat de instelling van een gemeenschappelijke ondernemingsraad bevorderlijk dient te zijn voor een goede toepassing van de WOR in de betrokken ondernemingen. Werknemers zijn in hun verzoek niet op dit vereiste ingegaan, zodat zij niet hebben voldaan aan hun stelplicht. Daarnaast slaagt het verweer van GP dat werknemer 2 niet-ontvankelijk is in zijn verzoek. Werknemer 2 is immers werknemer van Food for Health Publishing and Media B.V. en deze rechtspersoon is niet in deze procedure betrokken. Werknemer 2 heeft verder niet kunnen aantonen belang te hebben bij oprichting van een gemeenschappelijke ondernemingsraad binnen de bij deze procedure betrokken rechtspersonen. De kantonrechter overweegt verder dat werknemers slechts enkele rechtspersonen uit de GP- en Tarina-groep als verweerder (ondernemer in de zin van de WOR) hebben aangemerkt. Werknemers beogen met hun verzoek echter dat voor alle rechtspersonen die binnen deze groepen vallen gezamenlijk één gemeenschappelijke ondernemingsraad ingesteld dient te worden. De vraag is dan wie als ondernemer (in de zin van de WOR) van het geheel van deze twee groepen dient te worden aangemerkt. De afzonderlijke rechtspersonen binnen die twee groepen kunnen dat niet zijn, althans dat blijkt nergens uit de stellingen van werknemers. Uit het voorgaande volgt dat werknemers niet-ontvankelijk worden verklaard in hun verzoek.