Naar boven ↑

Rechtspraak

De Recruiter B.V./werkneemster
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 27 mei 2021
ECLI:NL:RBAMS:2021:2859
Recruiter schendt nevenwerkzaamhedenbeding door tijdens vrijstelling van werk voor relatie werkgever een zoekopdracht voor een vacature uit te zetten. Boete gematigd tot nihil; werkneemster heeft het contact onmiddellijk beƫindigd nadat zij vernam van de bezwaren van werkgever.

Feiten

Werkneemster is op 1 september 2018 in dienst getreden bij De Recruiter B.V. als senior consultant. De arbeidsovereenkomst bevat een nevenwerkzaamhedenbeding, een relatiebeding en een daaraan gekoppeld boetebeding. Op 27 oktober 2020 hebben partijen op verzoek van werkneemster een schriftelijke beëindigingsovereenkomst gesloten. De arbeidsovereenkomst zou daarmee op 31 januari 2021 eindigen. Haar laatste werkdag is 30 oktober 2020, waarna zij is vrijgesteld van werk met behoud van loon. De directeur van De Recruiter heeft op 27 oktober 2020 een lijst opgesteld van relaties ten aanzien waarvan De Recruiter niet van het relatiebeding wenste af te wijken. Een deel van de relaties mocht door werkneemster wel benaderd worden. Bij e-mail van 11 november 2020 heeft de directeur werkneemster laten weten dat hij heeft gehoord dat werkneemster contact heeft gehad met een relatie over een vacature waarover zij vanuit De Recruiter eerder contact had. Hij heeft werkneemster laten weten dat dat niet de bedoeling is en dat zij zich, zolang zij nog in dienst is, aan het relatiebeding heeft te houden. De Recruiter vordert een verklaring voor recht dat werkneemster in strijd heeft gehandeld met het nevenwerkzaamhedenbeding en het relatiebeding en veroordeling van werkneemster tot betaling van de verschuldigde boetes van totaal € 17.000 voor de eerste overtreding en € 10.000 voor de tweede overtreding te vermeerderen met € 500 voor iedere dag dat de tweede overtreding voortduurt, te vermeerderen met de wettelijke rente. Werkneemster vordert een verklaring voor recht dat de beperking van het relatiebeding onverkort van toepassing is.

Oordeel

Nevenwerkzaamhedenbeding

Werkneemster heeft in november 2020 contact gehad met de relatie over een vacature en via de LinkedIn van De Recruiter heeft zij een zoekopdracht voor deze vacature uitgezet. Dit valt strikt genomen onder het nevenwerkzaamhedenbeding. De daarvoor gevorderde boete acht de kantonrechter bovenmatig. Daartoe is het volgende relevant. De Recruiter wist dat werkneemster wat werkzaamheden voor zichzelf deed. De Recruiter neemt het haar vooral kwalijk dat zij werkzaamheden voor de relatie heeft verricht. De relatie behoort echter tot de relaties waarvan De Recruiter had bepaald dat deze niet onder het relatiebeding zouden vallen, voor zover het zou gaan om werving voor Sales, Marketing, HR en Finance vacatures. Werkneemster heeft bovendien het contact met de relatie onmiddellijk beëindigd nadat zij vernam van de bezwaren van De Recruiter. Ten slotte heeft De Recruiter niet aannemelijk gemaakt dat zij schade heeft geleden door toedoen van werkneemster. De opdracht van de relatie is niet naar werkneemster gegaan. De kantonrechter matigt de boete op grond van het voorgaande tot nihil.

Relatiebeding

Werkneemster heeft op 16 november 2020, ten tijde van het dienstverband, een persoonlijke holding opgericht. De Recruiter stelt dat werkneemster via die holding een zakelijke overeenkomst is aangegaan met D, een relatie van De Recruiter. Werkneemster betwist dit. De vraag die de kantonrechter moet beantwoorden, is of D als een klant of ‘overige relatie’ van De Recruiter moet worden beschouwd. Gesteld noch gebleken is dat D ooit zaken of diensten heeft afgenomen van De Recruiter of opdrachten bij haar heeft geplaatst. De managing director van D heeft schriftelijk verklaard dat zij De Recruiter niet kent en dat De Recruiter nooit voor D heeft gewerkt. D is dan ook niet als relatie of klant aan te merken. De conclusie luidt daarom dat werkneemster het relatiebeding niet heeft overtreden.

Beperking relatiebeding onverkort van toepassing

Tot slot oordeelt de kantonrechter dat het beroep op dwaling van De Recruiter ten aanzien van de lijst met relaties geen doel treft en dat zij gebonden is aan de toegezegde beperking van het relatiebeding.