Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 13 juli 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:6782
Feiten
Werknemer heeft vanaf 1 september 2003 bij Van Bemmel Machine-Import B.V. (hierna:Van Bemmel) gewerkt. De arbeidsovereenkomst was op schrift gesteld en bevatte een verbod voor werknemer om – kort gezegd – binnen een jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst in dezelfde branche te gaan ondernemen of werken, dan wel zakelijke contacten met cliënten met Van Bemmel te onderhouden (het concurrentie- en relatiebeding). De branche van Van Bemmel betreft de in- en verkoop van recyclingmachines voor de verwerking van hout- en groenafval en sloophout. Begin 2021 heeft werknemer ontslag genomen per 1 maart 2021 om aansluitend in dienst te kunnen treden bij C. van der Pols en Zn. B.V. (hierna: Van der Pols), een concurrent van Van Bemmel. Van Bemmel maakt daar bezwaar tegen en roept het in 2003 overeengekomen concurrentie- en relatiebeding in. De kantonrechter heeft alle vorderingen van werknemer afgewezen. In dit hoger beroep vraagt werknemer alsnog om de bedingen te schorsen, zodat hij bij Van der Pols in dienst kan treden en zakelijke contacten mag onderhouden met cliënten van Van Bemmel. Als dat niet zou worden toegewezen wil hij een vergoeding van zijn salaris (€ 7.842 bruto) tot het einde van het concurrentie- en relatiebeding (1 maart 2022).
Oordeel
Zwaarder drukken criterium
De functie van werknemer lijkt per 1 april 2013 inderdaad te zijn veranderd. Naar het oordeel van het hof is echter niet voldoende aannemelijk dat de extra taken en verantwoordelijkheden vanaf 2013 als een ingrijpende functiewijziging moeten worden gekwalificeerd (laat staan als een stilzwijgende nieuwe, mondelinge, arbeidsovereenkomst). Net als de kantonrechter acht het hof aannemelijk dat sprake was van een normale en voorzienbare carrièrestap gezien de leeftijd en werkervaring van werknemer. Daarbij weegt het hof nog mee dat werknemer nooit (lijn)verantwoordelijkheid is gaan dragen voor de overige verkopers. Aannemelijk is dat, zoals Van Bemmel heeft aangevoerd, de extra taken en de ondersteuning van de nieuwe directie, voortkwamen uit de behoefte van Van Bemmel om kennis op te doen van de Nederlandse markt en van de onderneming. Werknemer was daarvoor, gelet op zijn kennis en ervaring, de aangewezen persoon. Dat daarmee de eerste tijd na de overname diffuus was welke taken en verantwoordelijkheden precies tot zijn pakket behoorden, en dat verschillende functietitels (van verkoopleider tot sales manager en senior verkoper) de revue zijn gepasseerd, is onvoldoende om een ingrijpende functiewijziging aan te nemen, vooral nu aannemelijk is dat het zwaartepunt van zijn functie altijd op zijn verkooptaken is blijven liggen. De salarisverhoging maakt het voorgaande niet anders.
Belangenafweging
Partijen zijn het erover eens dat Van der Pols een directe concurrent is van Van Bemmel. Het hof is het eens met de overweging van de kantonrechter dat het gezien de duur van werknemers dienstverband en zijn seniorpositie aannemelijk is dat werknemer beschikt over informatie die het bedrijfsbelang van Van Bemmel kan schaden en dat het begrijpelijk is dat Van Bemmel haar bedrijfsdebiet probeert te beschermen. Al met al heeft werknemer onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij nergens (met een vergelijkbare functie voor een vergelijkbaar salaris) aan de slag kan en dat feitelijk sprake is van een beroepsverbod. De stelling van werknemer dat Van Bemmel slechts uit rancune handelt door hem te verbieden bij Van der Pols in dienst te treden, valt slecht te rijmen met de mogelijkheid die Van Bemmel biedt om bij de overige concurrenten te gaan werken. Nu niet aannemelijk is dat werknemer niet elders in een vergelijkbare functie aan de slag zou kunnen, terwijl het belang van Van Bemmel dat werknemers kennis op het gebied van de verkoopstrategie, klanten, producten en marges niet bij haar concurrent Van der Pols terecht komt, evident is, valt de belangenafweging in het nadeel van werknemer uit.