Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 9 juni 2021
ECLI:NL:RBLIM:2021:5204
Feiten
Werkneemster is op 1 november 2017 in dienst getreden bij werkgeefster, destijds op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar, tegen een loon van € 1.163,58 bruto per maand, exclusief vakantiebijslag en overige emolumenten, op basis van een 24-urige werkweek.
Oordeel
Werkgeefster verzoekt de kantonrechter – voor het geval de tussen haar en werkneemster gesloten arbeidsovereenkomst thans nog steeds bestaat – de arbeidsovereenkomst te ontbinden op de g-grond (verstoorde arbeidsverhouding). De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van een redelijke grond voor ontbinding, te weten: een verstoorde arbeidsverhouding die zodanig is dat van werkgeefster in redelijkheid niet meer gevergd kan worden om de arbeidsovereenkomst – voor zover deze nog bestaat – te laten voortduren en dat geen reële mogelijkheid tot herplaatsing aanwezig is. Werkneemster berust in een voorwaardelijke ontbinding van haar arbeidsovereenkomst. De arbeidsovereenkomst zal dan ook (voorwaardelijk) ontbonden worden, met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn van in dit geval één maand, derhalve per 1 augustus 2021.