Naar boven ↑

Rechtspraak

HPI Group B.V./werknemer
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 20 juli 2021
ECLI:NL:RBOVE:2021:3156
Salesmanager die arbeidsovereenkomst na elf werkdagen opzegt vanwege aantrekkelijker aanbod van de concurrent, kan worden gehouden aan concurrentiebeding, relatiebeding en geheimhoudingsbeding. Bedingen qua tijdsduur gematigd naar negen maanden.

Feiten

Werknemer is met ingang van 1 mei 2021 in dienst getreden van HPI Group B.V. (hierna: HPI) in de functie van salesmanager tegen een brutosalaris van € 6.000 per maand (exclusief vakantietoeslag) met daarnaast een bonusregeling. In de arbeidsovereenkomst staan een geheimhoudingsbeding, een concurrentiebeding en een relatiebeding. Op 18 mei 2021 heeft werknemer de arbeidsovereenkomst met HPI opgezegd na een aanbod van AST, een directe concurrent van HPI. Werknemer heeft feitelijk elf werkdagen voor HPI gewerkt. HPI vordert in kort geding onder meer veroordeling van werknemer om de overtredingen van de in de arbeidsovereenkomst opgenomen bedingen te staken.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Bij de beoordeling van de vorderingen van HPI ligt de vraag voor of het onverkort handhaven van de bedingen uit de arbeidsovereenkomst noodzakelijk is vanwege zwaarwegende omstandigheden aan de kant van HPI, en of in verhouding tot dat te beschermen belang het belang van werknemer om elders in dienst te treden in belangrijke mate wordt belemmerd. De kantonrechter is allereerst van oordeel dat werknemer bewust een arbeidsovereenkomst met HPI is aangegaan en dat hij uitdrukkelijk heeft getekend voor de daarin opgenomen bedingen. In die zin bestaat er geen aanleiding hem niet aan de bedingen te houden. Bovendien is niet gebleken dat HPI werknemer een reden heeft gegeven om snel weer op te zeggen. Hij heeft er zelf voor gekozen om op het voorstel van AST in te gaan. Werknemer heeft zonder overleg met HPI het besluit genomen op het aanbod van AST in te gaan en heeft meteen aan HPI zijn opzegging medegedeeld. Daarmee stond HPI voor een voldongen feit en heeft werknemer het risico genomen dat hij gehouden zou worden aan de genoemde bedingen. Ook de korte duur van het dienstverband (formeel van 1 mei 2021 tot 1 juli 2021, maar feitelijk slechts elf werkdagen) betekent niet dat de bedingen uit de arbeidsovereenkomst geen werking meer hebben of dat HPI geen belang zou hebben bij handhaving van de bedingen. HPI heeft haar belang genoegzaam toegelicht. De pijn is met name gelegen in het concurrentiebeding, omdat werknemer het voornemen heeft om bij de directe concurrent in dienst te treden. Juist omdat werknemer een ervaren verkoper is, heeft hij zich in de elf werkdagen snel een beeld kunnen vormen van de organisatie en bijvoorbeeld de prijsopbouw bij HPI. Hij is immers meteen volwaardig op managementniveau bij de organisatie van HPI betrokken. Met die kennis komt de concurrent op een oneerlijke manier in het voordeel ten opzichte van HPI. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat het door HPI geschetste belang aannemelijk is en gewicht in de schaal legt. Het verweer van werknemer dat HPI en AST beide slechts kleine spelers zijn in de totale markt snijdt geen hout, aangezien zij beide in de geografische regio waarin zij opereren wel elkaars directe concurrenten zijn. De afweging van belangen brengt met zich dat HPI een gerechtvaardigd belang heeft bij handhaving van het geheimhoudingsbeding, het concurrentiebeding en het relatiebeding, in het bijzonder ten aanzien van AST of aan AST gelieerde ondernemingen. Werknemer kan dan ook aan die bedingen gehouden worden. Gezien de korte duur van het dienstverband bij HPI ziet de kantonrechter wel aanleiding de bedingen qua tijdsduur te matigen van achttien naar negen maanden.