Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 3 augustus 2021
ECLI:NL:RBNHO:2021:6206
Feiten
Werknemer, geboren 29 juli 1973, is sinds 16 augustus 2010 als servicetechnicus in dienst bij 4Some Technisch Beheer B.V. (hierna: 4Some). Vanaf eind 2019 heeft 4Some kritische opmerkingen gemaakt over het functioneren van werknemer. Werknemer is sinds 26 januari 2021 wegens ziekte ongeschikt voor het verrichten van zijn werkzaamheden. Na die datum heeft werknemer nog wel in het kader van re-integratie gewerkt. Bij brief van 12 februari 2021 heeft werknemer van 4Some een allerlaatste waarschuwing gekregen vanwege het onjuist invullen van werk- en reisuren. In een brief van 18 februari 2021 heeft 4Some meegedeeld dat zich verschillende incidenten hebben voorgedaan in de arbeidsverhouding en dat er mede gelet op het functioneren van werknemer bij 4Some behoefte bestaat aan mediation. Vervolgens heeft 4Some in een brief van 18 maart 2021 aan werknemer laten weten dat met ingang van 8 maart 2021 de loonbetaling is gestopt, omdat werknemer niet heeft meegewerkt aan zijn re-integratie. Daarbij is opgemerkt dat werknemer geen nadere informatie aan de bedrijfsarts wilde verstrekken over zijn medische behandeling. Uit een bericht van de bedrijfsarts van 25 maart 2021 blijkt dat werknemer op 22 maart 2021 een brief van zijn behandelend arts aan de bedrijfsarts heeft gegeven. Gelet op die gegevens heeft de bedrijfsarts geoordeeld dat werknemer zijn eigen werk niet kan verrichten, ook niet op 2 maart 2021. De loonbetaling is door 4Some hervat op 22 maart 2021. In deze procedure verzoekt 4Some ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
Oordeel
Naar het oordeel van de kantonrechter is er geen redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Het door 4Some gestelde disfunctioneren van werknemer en de gestelde verstoring van de arbeidsverhouding kunnen geen grond voor ontbinding opleveren. Uit eerdergenoemde brief van 4Some van 18 februari 2021 blijkt immers dat de gestelde gronden geen reden waren voor 4Some om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Integendeel, 4Some stelde in die brief ivoor om een mediationtraject te starten en zij sprak de verwachting uit dat dit zou leiden tot een verbetering van de communicatie en het functioneren van werknemer. Voor zover er sprake is van disfunctioneren en een verstoring van de arbeidsverhouding kan van 4Some dus redelijkerwijs gevergd worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren en ging zij daar zelf blijkens haar brief van 18 februari 2021 ook van uit. De enige kenbare en relevante omstandigheid die zich daarna nog heeft voorgedaan, is het opleggen van de loonsanctie door 4Some, op de grond dat werknemer niet had meegewerkt aan zijn re-integratie. Die enkele omstandigheid kan echter niet meebrengen dat daardoor wel een ontbinding wegens disfunctioneren of een verstoorde arbeidsverhouding gerechtvaardigd is. Bovendien gaf 4Some werknemer hier de gelegenheid om aan de re-integratieverplichtingen te voldoen, waaraan werknemer ook gehoor heeft gegeven, zodat dit incident geen reden voor een ontbinding kan zijn. Voorts moet de kantonrechter vaststellen dat de wens om tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst te komen in feite is gelegen in het volgens 4Some verwijtbaar handelen van werknemer in verband met het niet nakomen van re-integratieverplichtingen. Deze grond is echter evenmin voldragen, omdat werknemer na de loonstop alsnog binnen vier dagen medische gegevens aan de bedrijfsarts heeft verstrekt. Van een herhaald of structureel weigeren om mee te werken aan re-integratie is dus geen sprake. Het verzoek van 4Some om de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens een combinatie van omstandigheden genoemd in twee of meer gronden, moet eveneens worden afgewezen. De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van 4Some zal afwijzen.