Naar boven ↑

Rechtspraak

RC Inspection Metals B.V./werknemer
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 13 augustus 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:8151
Concurrentiebeding van havenmedewerker wordt geschorst, nu werknemer met oog op zijn functie en ervaring onbillijk wordt benadeeld. Er zijn geen doorgroeimogelijkheden bij werkgever en werknemer beschikt niet over dermate concurrentiegevoelige informatie.

Feiten

Werknemer is op 1 december 2010 in dienst getreden bij RC Inspection Metal B.V. (hierna: RC). In december 2015 hebben partijen vervolgens, wegens een overname van RC, een nieuwe arbeidsovereenkomst getekend, waarin onder meer een geheimhoudingsbeding, concurrentiebeding en een boetebeding is opgenomen. Werknemer heeft bij brief van 25 januari 2021 de arbeidsovereenkomst met RC opgezegd. Als gevolg daarvan is de arbeidsovereenkomst geëindigd per 28 februari 2021. Op 22 februari 2021 heeft werknemer een e-mail gestuurd aan de directeur van een concurrent van RC. In die e-mail meldt hij onder andere: “Factuur stuur ik je door zodra ik een nieuw rekeningnnr heb ontvangen voor X”. Op 25 februari heeft werknemer in strijd met zijn concurrentiebeding in een loods aan de Waalhaven in Rotterdam daar opgeslagen goederen gecontroleerd. RC heeft in reactie op de opzegging van werknemer een brief aan hem gezonden, gedateerd 18 februari 2021. In deze brief meldt RC (onder andere): “Voor de goede orde wijzen wij u erop dat in uw arbeidsovereenkomst een anti-concurrentiebeding is opgenomen en een boetebeding. Beide bedingen blijven ook na het einde van de arbeidsovereenkomst hun werking behouden. Ik verzoek u daarmee rekening te houden.” Bij e-mail van 26 februari 2021 heeft RC werknemer ervan op de hoogte gesteld dat zij heeft geconstateerd dat hij handelt in strijd met zijn concurrentiebeding en heeft zij hem gesommeerd dat beding te respecteren. Op 27 maart 2021 is werknemer met een transferboot van de wal naar een schip gebracht en later van dat schip weer terug naar de wal. De factuur voor dit vervoer is door de eigenaar van de transferboot naar RC gestuurd. Daarbij is als doel van het vervoer gemeld: ‘draft survey’. Bij e-mail van 7 april 2021 maant RC werknemer nogmaals aan om zijn concurrentiebeding na te leven. RC heeft gevorderd werknemer te verbieden om tot en met 28 februari 2022 het non-concurrentiebeding te schenden.

Oordeel

De kantonrechter overweegt dat bij de belangenafweging meeweegt dat RC onbetwist heeft aangevoerd dat werknemer in zijn relatief lange dienstverband veel kennis heeft opgebouwd van de interne werkprocessen en contactpersonen van RC en dat hij binding heeft met klanten van RC. Het laatste heeft werknemer zelf min of meer erkend, aangezien hij heeft aangevoerd dat hij wil profiteren van zijn ‘opgebouwde credit’ in de sector. In zoverre heeft RC dus aannemelijk gemaakt dat er wel in zekere zin sprake is van een concurrentiegevoelige positie van werknemer. Aannemelijk is dus ook dat RC enig belang heeft bij handhaving van het beding. Daar staan de evidente belangen van werknemer tegenover. Werknemer heeft namelijk onbetwist aangevoerd dat hij binnen RC geen mogelijkheden had tot promotie of salarisverhoging. Hij heeft dan ook belang bij het zoeken van een functie elders. Het concurrentiebeding is echter erg ruim geformuleerd, aangezien het werknemer in feite een jaar lang wordt verboden om in geheel Nederland een gelijksoortige functie uit te oefenen. Het wordt werknemer door het beding dus erg moeilijk gemaakt om een nieuwe baan te vinden. De kantonrechter acht het belang van werknemer bij schorsing van het beding groter dan het belang van RC. RC heeft wel aannemelijk gemaakt dat sprake is van een zekere mate van concurrentiegevoelige kennis, echter niet dat die dermate gevoelig is dat daar zo’n verstrekkend beding voor vereist is, dat het werknemer praktisch onmogelijk wordt gemaakt zijn werkervaring in te zetten op een andere plek binnen de periode waarin het concurrentiebeding geldt. Daarbij kan het breed geformuleerde geheimhoudingsbeding eveneens de belangen van RC kan dienen. Op grond daarvan is voldoende aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat werknemer onbillijk wordt benadeeld, zodat het beding tot die tijd gedeeltelijk wordt geschorst. De kantonrechter beperkt het concurrentiebeding tot zes maanden.