Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Bleckmann Nederland B.V.
Rechtbank Overijssel (Locatie Enschede), 24 augustus 2021
ECLI:NL:RBOVE:2021:3311
Gelet op meerdere deskundigenoordelen en het actuele oordeel van de bedrijfsarts kon werkgever werknemer op goede gronden vrijstellen van werk, zodat werknemer zich volledig kan richten op re-integratie in het tweede spoor.

Feiten

Werknemer is op 3 november 1997 bij Bleckmann in dienst getreden en werkte laatstelijk als magazijnmedewerker. In het verleden is werknemer enkele keren uitgevallen wegens lichamelijke klachten, zo ook in 2018. De bedrijfsarts heeft met betrekking tot die uitval aangegeven dat het werk dat werknemer verrichtte, wel geschikt voor hem was maar dat het belangrijk was dat dit werk werd afgewisseld. Op 16 september 2019 is werknemer uitgevallen met een tennisarm en in april 2020 is hij (waarschijnlijk) besmet met het coronavirus. De bedrijfsarts heeft op 13 juli 2020 een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) opgesteld. Daar werd tot de conclusie gekomen dat werknemer wel beschikt over duurzaam benutbare mogelijkheden, maar beperkingen heeft ten opzichte van normaal functioneren. Op 12 augustus 2020 heeft de registerarbeidsdeskundige in het kader van de arbeidsongeschiktheidssituatie van werknemer een arbeidsdeskundig onderzoek uitgevoerd. In zijn rapportage komt de registerarbeidsdeskundige tot de conclusie dat het eigen werk van werknemer nu niet geschikt is en ook met aanpassingen niet geschikt gemaakt kan worden. Inzet re-integratie tweede spoor is dan ook aan de orde. Op 8 december 2020 sluit de arbeidsdeskundige van het UWV zich in zijn beoordeling aan bij de conclusies van de registerarbeidsdeskundige. Op 8 december 2020 wordt werknemer door Bleckmann vrijgesteld van alle werkzaamheden. In januari 2021 heeft werknemer bij het UWV een deskundigenoordeel aangevraagd. Bij brief van 8 februari 2021 deelt de procesbegeleider WIA mee dat werknemer op 8 december 2020 niet geschikt is voor zijn eigen werk van voor de ziekmelding van 16 september 2020. Op 2 februari 2021 heeft de verzekeringsarts van het UWV een deskundigenonderzoek verricht. De verzekeringsarts komt in zijn rapportage tot dezelfde conclusie. Inmiddels is een re-integratietraject tweede spoor opgestart, hetgeen nog geen resultaat heeft opgeleverd. Werknemer vordert veroordeling van Bleckmann om hem weer toe te laten tot zijn eigen werk, wat werknemer in een reëel tempo van ongeveer 85% mag verrichten dan wel tot ander passend werk.

Oordeel

De rode draad in alle deskundigenoordelen en conclusies is zonder uitzondering dat werknemer niet (duurzaam) geschikt wordt geacht voor het verrichten van zijn werk zoals dat door hem werd uitgevoerd voor zijn ziekmelding van 16 september 2019 en dat dit eigen werk niet met aanpassingen geschikt kan worden gemaakt, met name vanwege de repeterende bewegingen. Bleckmann werd er zelfs door de arbeidsdeskundige van het UWV op gewezen dat het van belang is te voorkomen dat werknemer opnieuw terugkeert in zijn werkzaamheden om ‘knipperlichtverzuim’ te voorkomen. Van een goed werkgever mag niet alleen verwacht worden dat er voldoende re-integratie-inspanningen worden verricht om een arbeidsongeschikte werknemer weer aan de slag te krijgen, ook heeft de werkgever een zorgplicht om een werknemer te beschermen tegen werkzaamheden die voor die specifieke werknemer ziekmakend zijn en telkens leiden tot uitval, het zogenoemde knipperlichtverzuim. De stelling van werknemer dat hij vanaf september 2020 de aangepaste werkzaamheden goed en zonder aanpassingen kon uitvoeren, behoeft bijstelling: in november 2020 heeft hij een terugval gehad en moest hij zich een week lang arbeidsongeschikt melden. Ook voor die aangepaste werkzaamheden geldt dat dit werkzaamheden zijn die vallen binnen de functieomschrijving van magazijnmedewerker. Daar waar werknemer stelt dat hij de werkzaamheden binnen de afdeling VAS/Retouren voor halve dagen zou kunnen verrichten, heeft Bleckmann aangegeven dat, gelet op de beperkingen van werknemer op basis van de FML, ook op die afdeling sprake is van repeterende werkzaamheden waarbij een beroep wordt gedaan op kracht en frequentie zodat die werkzaamheden uiteindelijk te belastend zullen zijn voor werknemer. Gelet op al deze deskundigenoordelen, waarbij alle seinen op rood zijn gezet en nadien ondersteund door het actuele oordeel van de bedrijfsarts, kon Bleckmann naar het oordeel van de kantonrechter vooralsnog op goede gronden werknemer vrijstellen van werk, zodat werknemer zich ten volle kan richten op re-integratie in het tweede spoor. Die conclusie zou mogelijk anders zijn geweest, indien er duidelijke signalen c.q. indicaties zouden zijn dat de FML zou moeten worden aangepast. De oordelen van de deskundigen zijn immers mede gebaseerd op de beperkingen van werknemer zoals vermeld in de FML. Dergelijke indicaties c.q. signalen zijn er echter niet. De vorderingen van werknemer worden afgewezen.