Naar boven ↑

Rechtspraak

Rechtbank Gelderland, 12 maart 2020
Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat werknemer aanspraak maakt op aanzegvergoeding. Mondelinge aanzegging was ondubbelzinnig en op tijd, waardoor werknemer geen enkel nadeel heeft ondervonden.

Feiten

Werknemer is vanaf 1 mei 2019 voor de bepaalde tijd van zeven maanden, dus tot 1 december 2019, in dienst getreden bij Maxs NL B.V. in de functie van algemeen medewerker. Het salaris bedroeg bij een dienstverband van 50 uur per week € 3.200 per maand exclusief 8% vakantiegeld. Op 30 oktober 2019 heeft Maxs NL mondeling aan werknemer medegedeeld dat zijn arbeidsovereenkomst niet zal worden verlengd. Werknemer verzoekt veroordeling van Maxs NL tot betaling van de aanzegvergoeding ter hoogte van één maandsalaris, nu Maxs NL volgens hem niet heeft voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De wetgever heeft met de aanzegverplichting van artikel 7:668 lid 1 BW bedoeld zeker te stellen dat de werknemer tijdig op de hoogte is van het al dan niet voortzetten van de arbeidsrelatie, zodat de werknemer voldoende tijd heeft om zo nodig op zoek te gaan naar ander werk. De eis van schriftelijkheid is bedoeld als waarborg om miscommunicatie en discussies over al dan niet mondeling gedane mededelingen te voorkomen. In dit geval had Maxs NL uiterlijk op 31 oktober 2019 werknemer schriftelijk moeten informeren over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Vaststaat dat de directeur van Maxs NL tijdens een gesprek op 30 oktober 2019 werknemer helder en ondubbelzinnig heeft medegedeeld dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd. Werknemer heeft dit inderdaad zo begrepen en is daarna gaan solliciteren naar een andere baan, waarin hij ook aansluitend per 1 december 2019 is geslaagd. Doordat er geen enkele onduidelijkheid heeft bestaan over het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst en deze mededeling tijdig is geschied, heeft werknemer door deze gang van zaken geen enkel nadeel ondervonden. In deze situatie is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat werknemer aanspraak maakt op de aanzegvergoeding, omdat niet voldaan zou zijn aan het schriftelijkheidsvereiste. Het verzoek van werknemer wordt dan ook afgewezen.

  • Instantie: Rechtbank Gelderland
  • Datum uitspraak: 12-03-2020
  • Zaaknummer: 8289742 HA VERZ 20-5
  • Nummer: AR-2021-1121
  • Onderwerpen: Aanzegging (7:668 BW)
  • Trefwoorden: bepaalde tijd, aanzegging, aanzegvergoeding, schriftelijkheid, redelijkheid en billijkheid en schade