Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 7 september 2021
ECLI:NL:RBGEL:2021:5290
Feiten
Werknemer is per 9 augustus 2020 in dienst getreden bij werkgeefster. Op 26 april 2016 heeft werknemer zich (gedeeltelijk) ziekgemeld. Vervolgens is tussen werknemer en werkgeefster een geschil ontstaan over de re-integratie. Er is een mediationtraject opgestart. Op 9 oktober 2017 heeft werkgeefster werknemer geschorst na een conflict op de werkvloer. In januari 2018 heeft het UWV aan werkgeefster een loonsanctie opgelegd omdat werkgeefster niet voldeed aan haar re-integratieverplichtingen. Werkgeefster heeft vanaf de ziekmelding van werknemer de eerste zes maanden 100% van het salaris doorbetaald en daarna 90% van het salaris tot 23 april 2019. Na 29 april 2019 heeft werkgeefster de loonbetaling gestaakt. In mei 2019 heeft zij een eindafrekening opgesteld. Werknemer heeft een WIA-uitkering aangevraagd. Bij beslissing van 21 mei 2019 heeft het UWV de WIA-aanvraag afgewezen omdat werknemer blijkens het arbeidsdeskundig rapport geschikt is bevonden om zijn eigen werk uit te voeren. Werknemer heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Op 23 mei 2019 heeft werknemer vervolgens een WW-uitkering aangevraagd. Daarnaast is werknemer bij werkgeefster aanspraak blijven maken op loondoorbetaling. In een bodemprocedure tegen werkgeefster heeft de kantonrechter werkgeefster veroordeeld om aan werknemer achterstallig loon tot en met 31 december 2019 te betalen. Aan dit eindvonnis zijn twee tussenvonnissen voorafgegaan. Inmiddels heeft werkgeefster hoger beroep ingesteld tegen de vonnissen in de bodemprocedure. Werkneemster heeft bij brief van 6 juli 2021 aan werkgeefster geschreven dat vanwege het uitblijven van enige reactie c.q. betaling hem geen andere weg resteert dan een nieuwe procedure te doorlopen om zijn achterstallige salaris over de maanden januari 2020 tot en met heden te vorderen. Daarop heeft werkgeefster met een voorstel tot het organiseren van een bespreking gereageerd. Omdat werknemer hier niet op heeft gereageerd, heeft werkgeefster bij brief van 13 juli 2021 een loonstop ingesteld. Werkneemster vordert bij vonnis werkgeefster te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 44.125,00 netto ter zake van achterstallig salaris inclusief vakantietoeslag over de maanden januari 2020 tot en met juni 2021.
Oordeel
De kantonrechter overweegt dat hoewel de (tussen)vonnissen in de bodemprocedure zien op de loonbetaling over een periode tot en met december 2019, en het in deze zaak gaat om loonbetaling over de periode daarna, de rechtsvragen die nu voorliggen dezelfde zijn als die in de bodemprocedure zijn beantwoord. Daarom is het afstemmingsbeginsel van toepassing. De bodemrechter heeft geoordeeld dat werknemer arbeidsgeschikt is en aanspraak heeft op loon. Dit aspect zullen partijen in het partijdebat in de hoger beroepsprocedure van de bodemzaak aan de orde kunnen stellen. De afstemmingsregel brengt met zich dat in deze kortgedingprocedure ervan uit moet worden gegaan dat werknemer volledig arbeidsgeschikt is, dat geen sprake is van een slapend dienstverband en dat het voor rekening van werkgeefster komt dat werknemer niet meer is opgeroepen. Dit brengt mee dat werkgeefster, op dezelfde gronden als in de bodemprocedure en vanwege het spoedeisend belang van werknemer, gehouden is om het loon vanaf 23 april 2021 aan werknemer door te betalen, in beginsel totdat de loondoorbetalingsplicht of de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze is geëindigd. Het restitutierisico doet aan het voorgaande niet af. Met betrekking tot de loonstop van 13 juli 2021 overweegt de kantonrechter dat de loonstop niet is gebaseerd op artikel 7:629 BW. Een loonstop ex artikel 7:629 lid 3 BW is alleen mogelijk indien een werknemer niet voldoet aan een van de verplichtingen neergelegd in lid 3 onder b t/m f BW. Het staken van het loon vanwege het niet beantwoorden van de vragen in de brief van 8 juli 2021 en/of het niet op gesprek willen komen valt hier niet onder. Omdat de loonstop niet rechtsgeldig is gegeven, staat deze niet in de weg aan een toewijzing van de loonvordering na 13 juli 2021.