Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 1 juni 2021
ECLI:NL:RBNHO:2021:9151
Feiten
Werknemer is sinds 1 september 2016 in dienst voor onbepaalde tijd bij BMN Bouwmaterialen B.V. (hierbij: BMN), laatstelijk in de functie van acquisiteur. Werknemer maakt bij BMN onderdeel uit van het specialisatieteam Dak en Gevel, waarbij hij klanten adviseert over dakbedekking en de verkoop van stenen en pannen. In zijn arbeidsovereenkomst is een non-concurrentiebeding en daarbij behorend boetebeding opgenomen. Op 24 maart 2021 heeft werknemer aangegeven zijn arbeidsovereenkomst te willen beëindigen om bij Aberson B.V. (hierna: Aberson) in dienst te treden. Op 29 maart 2021 heeft BMN werknemer gewezen op het relatie- en concurrentiebeding. Werknemer vordert bij wijze van voorlopige voorziening schorsing van het relatie- en concurrentiebeding en hem toe te staan werkzaam te zijn bij Aberson. Subsidiair vordert werknemer het concurrentiebeding te schorsen en hem toe te staan werkzaam te zijn bij Aberson en daarnaast het relatiebeding te matigen in die zin dat het hem is toegestaan alle reeds bestaande klanten van Aberson, die tevens klant zijn van BMN, te bedienen. BMN betwist de vordering.
Oordeel
Vaststaat dat BMN en Aberson concurrenten van elkaar zijn: beide bedrijven zijn een groothandel in bouwmaterialen en er bestaat een overlap in het productaanbod van beide bedrijven. BMN heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij specialist is op het gebied van keramische materialen. Daarbij heeft werknemer niet weersproken dat zijn werkzaamheden bij BMN voor wat betreft de focusklanten gelijk zijn aan die in de functie van commercieel adviseur bij Aberson. De indiensttreding van werknemer bij Aberson levert dan ook in beginsel een overtreding van het concurrentiebeding op. Beoordeeld dient dan ook te worden of de bodemrechter het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk zal vernietigen, omdat in verhouding tot het te beschermen belang van BMN werknemer door het beding onbillijk wordt benadeeld. Dit brengt mee dat de belangen van BMN en werknemer tegen elkaar afgewogen dienen te worden. BMN heeft als belang naar voren gebracht het beschermen van haar bedrijfsdebiet tegen een grote concurrent. Ten aanzien van de door BMN naar voren gebrachte belangen overweegt de kantonrechter als volgt. Een concurrentiebeding verbiedt een werknemer om na het einde van de arbeidsovereenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn en vormt daarmee een inbreuk op het recht van vrije arbeidskeuze. Een concurrentiebeding is bedoeld om het bedrijfsdebiet van een werkgever te beschermen. Onder bedrijfsdebiet wordt verstaan opgebouwde knowhow en goodwill. Werknemer is voornemens om zijn arbeidsovereenkomst met BMN op te zeggen, naar zijn zeggen omdat hij onvoldoende doorgroeimogelijkheden bij BMN heeft. De kantonrechter stelt vast dat minst genomen twijfel past bij het betoog van BMN ten aanzien van de doorgroeimogelijkheden binnen het specialisme Dak en Gevel. Verder acht de kantonrechter het van belang dat het volledig in stand houden van het concurrentiebeding ertoe zal leiden dat werknemer nog één jaar in zijn vrije arbeidskeuze wordt beperkt, hetgeen gezien zijn relatief korte dienstverband en het ruim geformuleerde bereik van de concurrenten van BMN als een ernstige belemmering moet worden aangemerkt. De kantonrechter ziet aanleiding om het concurrentiebeding in afstand en in duur te beperken. Ten aanzien van het relatiebeding overweegt de kantonrechter dat werknemer in zijn functie van acquisiteur geen nauw contact heeft gehad met klanten van BMN. De kantonrechter volgt het standpunt van werknemer dat de klantenkring van BMN niet wordt aangetast wanneer werknemer contact heeft met reeds bestaande klanten van zowel Aberson als BMN. De kantonrechter ziet dan ook aanleiding om het relatiebeding te matigen in die zin dat het werknemer is toegestaan de reeds bestaande klanten van Aberson, die tevens klant zijn van BMN, te bedienen.