Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 2 november 2021
ECLI:NL:RBGEL:2021:5860
Feiten
Werknemer is per 1 april 2021 in dienst getreden bij Ferro Investments Holding B.V. (hierna: Ferro), laatstelijk in de functie van vastgoedadviseur/makelaar, tegen een brutomaandsalaris van € 6500, exclusief emolumenten. Partijen hebben een winstdelingsregeling afgesproken. Ook is afgesproken dat werknemer voor zijn eigen holding mag blijven werken, maar dat de omzet gerelateerd aan makelaarsvergoedingen 50/50 zal worden verdeeld tussen Ferro en werknemer. Werknemer mag voorts op grond van de arbeidsovereenkomst een auto uitzoeken van € 25.000. In juli 2021 hebben partijen op initiatief van Ferro gesproken over de beëindiging van het dienstverband. Op 7 juli 2021 heeft Ferro het account van werknemer geblokkeerd. Ferro verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden, primair op de e-grond dan wel op de g- of de i-grond.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Voor zover Ferro stelt dat werknemer niets deed en/of broddelwerk afleverde, ziet dat meer op disfunctioneren dan op verwijtbaar handelen. Deze verwijten kunnen de e-grond dan ook niet dragen. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat werknemer een duurdere auto wilde aanschaffen dan de € 25.000 die Ferro daartoe zou betalen. Dat werknemer zich voordeed als vertegenwoordigingsbevoegde directeur van Ferro is op geen enkele wijze onderbouwd, zodat ook deze stelling niet tot ontbinding op de e-grond kan leiden. De omstandigheid dat werknemer volgens Ferro zijn financiële afspraken met betrekking tot de verdeling van de in zijn eigen bedrijf gerealiseerde omzet niet (tijdig) deelt, levert, als het verwijt juist is, weliswaar een zakelijk geschil tussen partijen op, maar geen (ernstig) verwijtbaar handelen dat kan leiden tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Resteert ter beoordeling de vraag of de beweerdelijk door werknemer aan voor Ferro zakelijke transacties gekoppelde privévoordelen, of pogingen daartoe, ter zake van zonnepanelen en/of een zwembadoverkapping leiden tot (ernstig) verwijtbaar handelen. Als (een van) deze verwijten (komt) komen vast te staan, kan dat verwijtbaar handelen opleveren zodanig dat dit moet leiden tot ontbinding. Het koppelen van een gratis privévoordeel aan een te sluiten zakelijke deal heeft immers te gelden als omkoping en dat levert in beginsel verwijtbaar handelen op als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub e BW. Werknemer betwist het verwijt ter zake van de zonnepanelen die kosteloos bij hem zouden zijn geleverd. Ferro wordt in de gelegenheid gesteld haar stelling op dit punt nader te bewijzen. Ingeval zij in dat bewijs slaagt, zal de arbeidsovereenkomst op de e-grond worden ontbonden. Mocht zij hier niet in slagen, dan wordt het verwijt ten aanzien van de gratis zwembadoverkapping van belang. Werknemer erkent dat een zakelijke partner van Ferro bij hem kosteloos een overkapping heeft aangebracht. Hij betwist evenwel dat van een ontoelaatbare privédeal en derhalve verwijtbaar handelen sprake is geweest. Volgens werknemer was Ferro op de hoogte van deze deal. Werknemer wordt op dit punt toegelaten tot nadere bewijslevering. Van een verstoorde arbeidsverhouding is in elk geval geen sprake. Iedere verdere beslissing (ook aangaande de i-grond) wordt aangehouden.