Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Leiden), 31 augustus 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:13184
Feiten
Werknemer is in mei 2013 in dienst getreden bij werkgever, een zorginstelling die onder meer zorg verleent in woonzorglocaties, in de functie van helpende zorg. Vanaf 26 augustus 2016 tot 1 februari 2021 is werknemer op basis van een leer-/arbeidsovereenkomst bij werkgever werkzaam geweest als leerlingverpleegkundige niveau 4. Als keerlingverpleegkundige mocht werknemer medicatie uit de opiatenkast halen en aan bewoners van de woonzorglocatie toedienen. In de werkafspraken medicatieveiligheid van werkgever is vastgesteld dat bij risicovolle medicatie een dubbele controle plaatsvindt en dubbel (door twee medewerkers) wordt geparafeerd. Sinds 1 maart 2021 is werknemer weer werkzaam in de functie van helpende zorg. Op 26 maart 2021 is werknemer op staande voet ontslagen, onder meer vanwege het volgende. Nu werknemer niet langer werkzaam is als leerlingverpleegkundige heeft hij niet langer toegang tot de medicatie- en opiatenkast. Toch heeft hij herhaaldelijk, alleen – zonder een tweede daartoe bevoegde collega – Oxycodon uit de opiatenkast gehaald en daartoe parafen van collega’s op de uitgifteformulieren vervalst. Werknemer heeft het voorgaande in een gesprek met werkgever toegegeven, maar stelde dat hij de Oxycodon niet zelf heeft meegenomen dan wel ingenomen. Werknemer gaf aan dat hij een bewoonster zag lijden, wat maakte dat hij haar extra Oxycodon heeft gegeven. Werknemer verzoekt thans vernietiging van het ontslag op staande voet.
Oordeel
Naar het oordeel van de kantonrechter is het ontslag op staande voet rechtsgeldig gegeven. Daarover wordt het volgende overwogen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft werknemer nogmaals bevestigd dat hij parafen van collega’s heeft vervalst en dat het ‘gewoon zo ging op een gegeven moment’ en hij het liever niet had gedaan. Daarmee heeft werknemer naar het oordeel van de kantonrechter te kennen gegeven zich wel degelijk bewust te zijn geweest van wat hij in strijd met de instructies, voorschriften en codes omtrent het uitschrijven van risicovolle medicatie deed. Dat er sprake zou zijn geweest van drukte of tijdgebrek moge zo zijn, maar dit kan op geen enkele wijze een rechtvaardiging opleveren om de tweede paraaf van een collega te vervalsen. Met werkgever is de kantonrechter van oordeel dat zij er volledig op moet kunnen vertrouwen dat haar zorgmedewerkers op de juiste wijze omgaan met de verstrekking en registratie van risicovolle medicatie. Zij dragen hierin een eigen verantwoordelijkheid. Dat werknemer een en ander heeft gedaan onder invloed van psychische klachten, is niet aannemelijk geworden. Voorts kan het werkgever niet worden verweten dat werknemer niet is gewaarschuwd dat hij de voorschriften beter moest naleven, omdat het juist werknemer is geweest die door het valselijk plaatsen van een tweede paraaf van een collega niet transparant heeft gehandeld. Een en ander levert een dringende reden voor ontslag op staande voet op. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet wordt afgewezen.