Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 17 februari 2021
ECLI:NL:RBNNE:2021:2335
Feiten
Werknemer is op 1 september 2019 in dienst getreden bij Zonmaat B.V. Op de arbeidsovereenkomst is de Cao Metaal en Techniek van toepassing, waarin een bepaling ten aanzien van de vergoeding voor overuren is opgenomen. Op 12 maart 2020 heeft werknemer zich ziek gemeld. Zonmaat heeft werknemer een vaststellingsovereenkomst aangeboden, maar die heeft werknemer afgewezen. In de daaropvolgende periode heeft werknemer geen werkzaamheden verricht. Werknemer heeft in april 2020 aan Zonmaat verzocht om de leaseovereenkomst per 1 mei 2020 te beëindigen. Op 19 mei 2020 heeft werknemer de leaseauto teruggebracht. Op 1 mei 2020 is de arbeidsovereenkomst van rechtswege geëindigd. Werknemer was op dat moment nog arbeidsongeschikt. Bij brief van 1 september 2020 heeft werknemer Zonmaat verzocht om over te gaan tot betaling van diverse vergoedingen, te weten de aanzegvergoeding, transitievergoeding, ingehouden leasebijtelling en vakantie- en overuren. Op 25 september 2020 heeft Zonmaat de verzochte transitievergoeding en een vergoeding voor de niet genoten verlofdagen betaald. Werknemer verzoekt de kantonrechter Zonmaat te veroordelen tot betaling van € 3.740,07 wegens overuren, € 5.228,63 wegens het niet nakomen van de aanzegverplichtingen, het resterende deel van de transitievergoeding van € 103,89 en het resterende deel van de niet genoten vakantiedagen van € 1.690,87.
Oordeel
Ten aanzien van de verzochte overwerkvergoeding is de kantonrechter van oordeel dat werknemer voldoende heeft onderbouwd dat hij hier recht op heeft. Uit de door werknemer overgelegde WhatsApp-berichten kan genoegzaam worden afgeleid dat hij regelmatig, zo niet stelselmatig, in plaats van de gebruikelijke aanvangstijd van 7 uur, om of omstreeks 6 uur ’s ochtends begon met zijn werkdag, zodat niet onwaarschijnlijk wordt geacht dat hij meer dan 8 uur per dag werkte. Daarnaast ontbreekt bij Zonmaat een deugdelijk urenregistratiesysteem, hetgeen voor rekening en risico van Zonmaat dient te komen. Nu Zonmaat de omvang van de bedragen aan overuren als zodanig niet heeft betwist, zal de kantonrechter de vordering van werknemer op dit punt toewijzen. Ten aanzien van de aanzegvergoeding overweegt de kantonrechter dat het wetsartikel geen ruimte biedt voor enige soepelheid ten aanzien van het wettelijk schriftelijkheidsvereiste, nu werknemer volgens Zonmaat wist waar hij aan toe was doordat hem een vaststellingsovereenkomst was aangeboden en zijn leasecontract al was beëindigd. De kantonrechter acht de omstandigheden van Zonmaat, gelet op de waarborgfunctie van de aanzegverplichting, van onvoldoende gewicht om een beroep op de derogerende werking van redelijkheid en billijkheid te laten slagen. Ook de aanvulling op de transitievergoeding wordt toegewezen, omdat de overuren in de berekening van de eerder uitgekeerde transitievergoeding niet waren meegenomen. De kantonrechter acht het ten aanzien van de ingehouden bijtelling onvoldoende gemotiveerd betwist door Zonmaat dat de leaseregeling is gestopt op het moment dat werknemer de auto heeft ingeleverd. Partijen hadden afgesproken dat de leaseregeling zou stoppen direct na het inleveren van de leaseauto. Nu dat op 19 mei 2020 is gebeurd, maakt werknemer aanspraak op een vergoeding van 12 dagen ingehouden bijtelling. Tot slot overweegt de kantonrechter ten aanzien van de opgebouwde en niet genoten vakantie-uren over 2019 dat deze niet zijn vervallen. Volgens de kantonrechter is sprake van bijzondere omstandigheden die maken dat de korte vervaltermijn van de wettelijke vakantiedagen niet van toepassing is. Werknemer was langdurig ziek en hij heeft sinds 12 maart 2020 niet kunnen re-integreren. Dit betekent dat hij ook vanaf die datum geen vakantiedagen meer op heeft kunnen nemen. Bovendien is werknemer niet gewezen op het feit dat zijn vakantie-uren gingen vervallen. Het voorgaande betekent dat de korte vervaltermijn niet van toepassing is.