Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 14 april 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:1307
Feiten
Werknemer is op 23 april 2007 bij G4S Security Services B.V. (hierna: G4S) in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, laatstelijk in de functie van beveiligingsemployé. Op de arbeidsovereenkomst is de Cao Particuliere Beveiliging (hierna ook: Cao PB) van toepassing. Werknemer is werkzaam geweest bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), eerst als groepsleider en later als detentietoezichthouder. Werknemer is de gehele periode 2009-2014 bezoldigd op basis van beveiliger D in schaal 6 van de Cao PB. Met ingang van 1 juli 2014 is het dienstverband tussen werknemer en G4S beëindigd. Werknemer heeft de kantonrechter verzocht G4S te veroordelen tot betaling van onder meer achterstallig loon. Werknemer heeft daaraan ten grondslag gelegd dat op hem artikel 8 Waadi van toepassing is, dat hij recht heeft op inschaling in schaal 8 van het BBRA, en dat het verschil aan salaris waarop hij recht heeft en datgene wat is uitbetaald, genoemd bedrag betreft. De kantonrechter heeft de vorderingen van werknemer afgewezen. Tegen dit oordeel keren partijen zich in hoger beroep. Werknemer vordert bij het hof G4S onder meer te veroordelen tot betaling van achterstallig loon, inclusief vakantietoeslag en overige emolumenten over de periode 4 maart 2009 tot 1 januari 2014, uitkomend op een bedrag van € 47.946,07. Het hof heeft in een tussenarrest (zie AR 2019-0218) werknemer toegelaten tot het leveren van bewijs van zijn stelling dat de door hem van 2009 tot 2014 verrichte werkzaamheden vergelijkbaar zijn aan die van functiebegeleider en daarmee vallen onder schaal 8 van het BBRA.
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt. Werknemer heeft gesteld dat de door hem verrichte werkzaamheden onder schaal 8 BBRA vallen, omdat de werkzaamheden die hij in genoemde periode als groepsleider en detentietoezichthouder heeft verricht, geheel overeenkomen met de werkzaamheden van een functiebegeleider. Onbetwist is dat, indien de werkzaamheden die werknemer heeft verricht, geheel overeenkomen met die van functiebegeleider, hij onder schaal 8 BBRA zou vallen. In het kader van de bewijsopdracht is een aantal getuigenverklaringen overgelegd. Uit die verklaringen volgt dat de functie van functiebegeleider samen met het afdelingshoofd het zogenoemde duale management van de afdeling vormt. De taken van de functiebegeleider zijn uitsluitend leidinggevend en organisatorisch van aard en dus niet uitvoerend van aard. Dit erkent werknemer ook. De te beantwoorden vraag is daarmee of werknemer in zijn functies groepsleider/detentietoezichthouder uitsluitend leidinggevende taken verrichtte en geen uitvoerende werkzaamheden. Gelet op de getuigenverklaringen gaat het hof ervan uit dat werknemer, in de periode dat hij groepsleider was, leidinggevende taken uitoefende. Het hof komt op grond van de getuigenverklaringen echter tot de conclusie dat werknemer niet enkel leidinggevende werkzaamheden, maar ook uitvoerende werkzaamheden verrichtte. De functie van functiebegeleider is dan ook een duidelijk ‘hogere functie’ dan de functie die door werknemer werd uitgeoefend. Ten slotte acht het hof het ook niet erg waarschijnlijk dat DJI haar management uitbesteedt aan een werknemer van G4S. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de door werknemer uitgeoefende werkzaamheden niet geheel of vrijwel geheel overeenkomen met die van functiebegeleider. De door hem verrichte werkzaamheden behoren daarom niet tot functieschaal 8 BBRA. Het bestreden vonnis wordt bekrachtigd.