Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 7 januari 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:138
Feiten
Werknemer is op 1 september 2017 op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst getreden van SAA in de functie van teamleider op de afdeling systeembeheer. SAA is een financiële dienstverlener en staat onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Op 6 september 2017 heeft werknemer overeenkomstig de ‘Regeling eed of belofte financiële sector’ de belofte afgelegd, waarvan een akte is opgemaakt. De afdeling systeembeheer is onder meer verantwoordelijk voor de uitgifte en inname van apparatuur zoals telefoons en laptops voor medewerkers van SAA. Hiervoor bestaan bestelprocedures en protocollen, waaronder de ‘Richtlijnen ICT uit te leveren iPhones SAA Verzekeringen’. In het eerste kwartaal van 2019 heeft werknemer een iPhone XS ontvangen. Voor deze telefoon geldt een eigen bijdrage van € 470. Op 29 oktober 2020 heeft werknemer voor zichzelf een nieuwe laptop besteld. Deze laptop is op zijn verzoek bij hem thuis bezorgd. Op 27 januari 2021 heeft werknemer voor zichzelf een iPhone 12 besteld. Voor deze telefoon geldt een eigen bijdrage van € 427. Op 12 augustus 2021 heeft een gesprek plaatsgevonden waarbij werknemer, de leidinggevende en een HR-medewerkster aanwezig waren. In dat gesprek heeft werkgever aangegeven van mening te zijn dat werknemer zich meerdere bedrijfseigendommen van SAA heeft toegeëigend en bewijsmateriaal heeft gewist door hardware uit het systeem te laten verdwijnen door deze over te schrijven met nieuwe gegevens (de telefoon) of zelfs helemaal niet te registreren (de laptop). Daarnaast heeft werknemer er met zijn handelwijze voor gezorgd dat hij (ten onrechte) geen eigen bijdrage hoefde te betalen, totdat SAA achter de onregelmatigheden kwam. Partijen hebben hierover nog meermaals per brief gecorrespondeerd. Op 7 oktober 2021 heeft het UWV op verzoek van werknemer een deskundigenoordeel gegeven. De conclusie van het deskundigenoordeel luidt dat SAA onvoldoende heeft meegewerkt aan de re-integratie van werknemer over de periode 8 februari 2021 tot 1 oktober 2021. SAA verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst onder meer te ontbinden wegens (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten en daarbij te bepalen dat geen opzegtermijn in acht hoeft te worden genomen en werknemer geen transitievergoeding toekomt.
Oordeel
Al met al is de kantonrechter van oordeel dat van werknemer, gelet op de voorbeeldfunctie die hij als leidinggevende op de ICT-afdeling heeft, verwacht had mogen worden dat hij de geldende procedures bij de aanvraag, levering, registratie en inname van (oude) hardware voor zichzelf nauwgezet had gevolgd. Door dit niet te doen was de hardware van werknemer niet meer in het systeem van SAA traceerbaar, zijn de eigen bijdragen niet (direct) door werknemer betaald en is voor wat betreft de laptop een veiligheidsrisico voor SAA ontstaan. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft werknemer hiermee verwijtbaar gehandeld/nagelaten. Daarbij neemt de kantonrechter in ogenschouw dat SAA een financiële dienstverlener is die onder toezicht staat van de AFM en werknemer de belofte heeft afgelegd zijn functie integer en zorgvuldig uit te oefenen. Met zijn handelwijze heeft werknemer zich hiervan onvoldoende rekenschap gegeven. De kantonrechter acht hierbij ook van belang dat het niet slechts een fout(je) of vergissing betreft, maar werknemer herhaaldelijk de geldende procedures – die voor alle werknemers binnen SAA gelden en die ook nog eens onderdeel zijn van het dagelijkse werk van werknemer – niet heeft nageleefd. Weliswaar zijn uiteindelijk de oude laptop en telefoon ingeleverd en heeft werknemer de eigen bijdrage voor de telefoon in april 2021 betaald, dit alles heeft pas zijn beslag gekregen nadat SAA heeft vastgesteld dat dit ten onrechte niet was gebeurd. Dat, zoals werknemer stelt, uit verslagen van functioneringsgesprekken over de jaren 2017 tot en met 2019 blijkt dat hij goed heeft gefunctioneerd leidt niet tot een ander oordeel. Aangenomen dat juist is dat werknemer in de jaren 2017 tot en met 2019 goed heeft gefunctioneerd, neemt dat niet weg dat hij de geldende procedures bij de aanvraag, levering, registratie en inname van hardware voor zichzelf niet heeft gevolgd en dit overigens pas in 2021 bij SAA bekend is geworden. De slotsom luidt dat het primaire verzoek van SAA zal worden toegewezen en de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden op grond van artikel 7:669 lid 3 aanhef en onder e BW.
Datum ontbinding en transitievergoeding
Naar het oordeel van de kantonrechter is geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen. Daarbij acht de kantonrechter relevant dat niet is komen vast te staan dat werknemer financieel gewin heeft gehad van zijn handelwijze met betrekking tot de hardware voor zijn eigen gebruik. Hoewel werknemer verwijten kunnen worden gemaakt van zijn handelwijze en het niet naleven van de geldende procedures, was de leidinggevende bekend met de aanvraag van de nieuwe telefoon en laptop door werknemer. Werknemer heeft de laptop en telefoon derhalve niet zonder medeweten van zijn leidinggevende besteld. Uiteindelijk zijn de oude telefoon en laptop door werknemer alsnog ingeleverd bij SAA en heeft hij de eigen bijdrage voor de telefoon die hij in januari 2021 heeft besteld alsnog betaald. Gelet op het voorgaande zal de datum van ontbinding worden vastgesteld op 1 maart 2022. Nu reeds is geoordeeld dat van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten aan de zijde van werknemer geen sprake is, heeft hij recht op de transitievergoeding. Uitgaande van een ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2022 bedraagt de transitievergoeding € 7.537,59 bruto. SAA zal worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag.