Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 16 november 2020
ECLI:NL:RBNHO:2020:10671
Feiten
De heer X heeft de Roemeense nationaliteit en woont in Roemenië. Yandex.Taxi B.V. (hierna: Yandex) is een in Nederland gevestigd bedrijf dat onderdeel uitmaakt van een concern dat bedrijven exploiteert in onder andere Rusland en omringende landen. Yandex biedt via een app taxiritten aan. Na een fusie met Über in (onder andere) Rusland, was Yandex medio 2018 op zoek naar iemand om haar bedrijfsactiviteiten uit te rollen in Roemenië en Moldavië. In dat kader hebben de heer X en Yandex een ‘Services agreement’ voor bepaalde tijd gesloten. De overeenkomst is daarna nog drie maal verlengd. De werkzaamheden werden door X in Moldavië en Roemenië verricht. Belastingen en sociale zekerheidspremies zijn in Roemenië afgedragen. Bij e-mail van 9 april 2020 heeft Yandex X geïnformeerd dat de laatst gesloten overeenkomst na de einddatum van 30 april 2020 niet zou worden verlengd. X stelt zich vervolgens op het standpunt dat de overeenkomst een arbeidsovereenkomst is die beheerst wordt door Nederlands recht. Volgens hem is de opzegging daarom ongeldig en maakt hij aanspraak op een transitievergoeding en een billijke vergoeding. Yandex stelt dat partijen een rechtskeuze hebben gemaakt voor Russisch recht. Als komt vast te staan dat partijen geen rechtskeuze hebben gemaakt, dan is volgens Yandex het Nederlands recht niet van toepassing, omdat er nauwelijks of geen band met Nederland bestaat. Mocht toch worden geoordeeld dat de overeenkomst door Nederlands recht wordt beheerst, dan kwalificeert de overeenkomst als een overeenkomst van opdracht, aldus Yandex.
Oordeel
De kantonrechter stelt vast dat partijen niet uitdrukkelijk of stilzwijgend hebben gekozen voor toepassing van Nederlands recht. Partijen hebben met een forumkeuzebeding gekozen voor de Nederlandse rechter. De verwijzing naar Nederlands recht is alleen gemaakt in het kader van dat forumkeuzebeding. Andere bepalingen van de overeenkomst bevatten geen duidelijke keuze voor Nederlands recht. Bovendien heeft de rechtsverhouding tussen partijen op geen enkele manier een band met Nederlands recht, afgezien van de vestigingsplaats van de werkverschaffer. Van een partiële rechtskeuze is ook geen sprake. Wil een dergelijke rechtskeuze geldig zijn, dan moet het afgesplitste onderdeel van de overeenkomst duidelijk zijn afgebakend. Tot slot is Nederlands recht ook niet op grond van de objectieve verwijzingsregels van Rome I van toepassing. De prestatie dan wel de arbeid wordt namelijk gewoonlijk verricht vanuit Roemenië. Een kennelijk nauwere band met Nederland kan niet worden aangenomen. De conclusie is dat Nederlands recht niet van toepassing is op de tussen partijen gesloten overeenkomsten. De kantonrechter wijst de verzoeken van X af.