Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 30 december 2021
ECLI:NL:RBNHO:2021:12494
Feiten
Werknemer is sinds 1 juli 2017 als (assistent-)monteur elektrotechniek in dienst van elektrotechnisch installatiebedrijf VOF Elektro en Klimaat Installaties Hoorn (hierna: EKI), tegen een brutosalaris van € 1.909,26 exclusief vakantietoeslag. Werknemer is in 2013 gediagnosticeerd met autisme, ADHD en een ticstoornis (ASS-diagnose). Nadat EKI in 2020 klachten heeft ontvangen over het rijgedrag van werknemer, wordt zij in maart 2021 geconfronteerd met het feit dat werknemer wegens overschrijding van de maximumsnelheid zijn rijbewijs heeft moeten inleveren. Werknemer meldt zich op 13 juli 2021 ziek. Nog diezelfde dag ontvangt EKI een bericht van een van haar werknemers dat hij zich door werknemer verbaal bedreigd voelde. De bedrijfsarts stelt dat werknemer per 23 juli 2021 weer aan het werk kon gaan. Werknemer meldt dat hij een second opinion heeft aangevraagd bij het UWV. Eind augustus 2021 informeert EKI naar de stand van zaken met betrekking tot de second opinion. EKI geeft aan het deskundigenoordeel af te wachten om daarna in gesprek met werknemer te gaan over zijn toekomst bij EKI. Vervolgens wordt werknemer door zijn leidinggevende aangetroffen op een steiger bij een woning. Werknemer wordt aangesproken op het feit dat hij aan het werk was, terwijl hij niet voor EKI kon werken. Leidinggevende wordt nadat hij een foto had gemaakt en was weggereden op agressieve wijze door werknemer gevolgd en bedreigd. Ontslag op staande voet volgt. Werknemer verzoekt vernietiging van het ontslag op staande voet en subsidiair toekenning van een billijke vergoeding van € 49.488,02, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, de transitievergoeding en een immateriële vergoeding van € 5.000. EKI verweert zich en verzoekt werknemer te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding. EKI dient tevens een voorwaardelijk ontbindingsverzoek in.
Oordeel
De kantonrechter wijst het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet af. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is, omdat werknemer zijn collega en zijn leidinggevende onfatsoenlijk en bedreigend heeft behandeld door hen op bedreigende wijze uit te schelden en zijn leidinggevende op een gevaarlijke wijze te achtervolgen. Werknemer komt dan ook geen billijke vergoeding, gefixeerde schadevergoeding en immateriële vergoeding toe. Wel ziet de kantonrechter aanleiding om werknemer een transitievergoeding toe te kennen omdat zijn handelen voor een deel is terug te voeren op de bij hem vastgestelde ASS-diagnose in combinatie met overspannenheid. De door werkgever gevraagde gefixeerde schadevergoeding wordt afgewezen.