Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/DNR Energy B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 18 januari 2022
ECLI:NL:RBNHO:2022:338
Werknemer komt structureel te laat met als gevolg dat hij op staande voet wordt ontslagen. Werknemer berust in het ontslag op staande voet maar verzoekt betaling transitievergoeding, billijke vergoeding, gefixeerde schadevergoeding, achterstallig salaris en de volledige advocaatkosten, wat neerkomt op een totaalbedrag van € 26.914,35. Ontslag op staande voet is rechtsgeldig gegeven.

Feiten

Werknemer is sinds 1 januari 2018 in dienst van DNR Energy B.V. (hierna: DNR) als monteur. Op 1 juli 2020 is tussen werknemer en DNR afgesproken dat hij een salaris zou ontvangen van € 2.650 netto per maand (€ 3.763,63 bruto) in plaats van het salaris van € 2.000 netto dat tot dan toe gold. DNR heeft in de periode juli 2020 tot en met december 2020 eerdergenoemd salaris van € 2.650 netto per maand betaald. Vanaf januari 2021 betaalt DNR – naar later blijkt op verzoek van werknemer – een maandelijks salaris van € 2.201,19 netto. Op 27 augustus 2021 is werknemer in een gesprek met DNR op staande voet ontslagen wegens het structureel te laat komen. Werknemer berust in het ontslag op staande voet maar is van mening (a) dat aan het ontslag geen geldige dringende reden ten grondslag ligt, (b) DNR daardoor ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en (c) het ontslag onregelmatig is gegeven. Tevens stelt werknemer dat DNR vanaf 1 januari 2021 te weinig salaris heeft betaald. DNR stelt dat het ontslag op staande voet onverwijld en wegens een dringende reden is gegeven.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat DNR voldoende heeft onderbouwd en aangetoond dat werknemer veelvuldig (twaalf keer) te laat is gekomen, waarbij het niet gaat om enkele minuten, maar eerder om telkens een half uur tot een uur. Werknemer slaagt er niet in de stellingen van DNR te weerleggen. DNR heeft werknemer ook meerdere keren gewaarschuwd met als gevolg dat de kantonrechter tot het oordeel komt dat er sprake is van een dringende reden die het ontslag op staande voet rechtvaardigt. Het handelen of nalaten van werknemer wordt als ernstig verwijtbaar aangemerkt. Verzoeken tot betaling van de billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding worden afgewezen. Tijdens de zitting is duidelijk geworden dat de aanpassing van het salaris per 1 januari 2021 op verzoek van werknemer heeft plaatsgevonden. Het verzoek tot uitbetaling van achterstallig salaris wordt ook afgewezen. Werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.