Naar boven ↑

Rechtspraak

Small Kidz B.V./werkneemster c.s.
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 30 mei 2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:4307
Twee groepsleidsters kinderopvang hebben geen recht op eindejaarsuitkering. Recht op en hoogte van eindejaarsuitkering afhankelijk van te behalen persoonlijke doelen. Beide leidsters hebben doelen – vanwege langdurige ziekte dan wel op non-actiefstelling – niet behaald.

Feiten

Twee werkneemsters zijn sinds 2007 bij Small Kidz B.V. in dienst in de functie van groepsleidster. Werkneemster 1 is sinds 2010 arbeidsongeschikt en ontvangt sinds juli 2013 een WIA-uitkering. De arbeidsovereenkomst duurt onverminderd voort. De arbeidsovereenkomst met werkneemster 2 is per 1 oktober 2012 door de kantonrechter ontbonden. Op de arbeidsovereenkomst van werkneemsters is de Cao Kinderopvang (hierna: de cao) van toepassing. In de cao is bepaald dat de werknemer een eindejaarsuitkering ontvangt. De hoogte van de eindejaarsuitkering is blijkens de cao afhankelijk van het behalen van een financieel resultaat en/of een ander doel dat de werkgever en de OR dan wel de personeelsvertegenwoordiging (hierna: PvT) dan wel het personeel hebben afgesproken. De eindejaarsuitkering bedraagt maximaal 3,5%. Small Kidz heeft een PvT. De PvT heeft begin 2010 een prestatieregeling opgesteld. De prestatieregeling stelt dat de eindejaarsuitkering mede afhankelijk is van (1) het financiële resultaat van het kinderdagverblijf en (2) het behalen van persoonlijke doelen van de werknemer. De persoonlijke doelen worden vastgelegd in het jaarlijkse functioneringsgesprek en na zes maanden geëvalueerd en beoordeeld. Werkneemsters hebben in eerste aanleg een verklaring voor recht gevorderd dat zij over de periode 2009-2013 respectievelijk 2009-2011 recht hebben op een volledige eindejaarsuitkering van 3,5% en veroordeling van Small Kidz tot betaling daarvan. De kantonrechter heeft de vorderingen grotendeels toegewezen. Small Kidz heeft hoger beroep ingesteld.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt.

Prestatieregeling vanaf 2010 van kracht

Het hof overweegt dat de prestatieregeling voor het eerst van kracht is geworden in februari 2010, nadat de PvT hiermee had ingestemd en de prestatieregeling is daarna jaarlijks van kracht geweest onder dezelfde voorwaarden. Het is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat werkneemsters zich beroepen op het ontbreken van een handtekening onder een stuk waarvan zij weten dan wel kunnen weten dat het met de PvT is overeengekomen en waartegen van de kant van werkneemsters ook niet is geprotesteerd. Voor dit oordeel heeft het hof mede acht geslagen op het betoog van Small Kidz dat zij, net als vele andere kinderopvangcentra, in grote financiële problemen verkeert vanwege de gewijzigde regelgeving aangaande de kinderopvangtoeslag en vele bezuinigingsmaatregelen heeft moeten nemen om een faillissement te voorkomen. In samenspraak met (de rest van) het personeel is gelet op deze moeilijke omstandigheden afgezien van uitbetaling van de eindejaarsuitkering. Toewijzing van de vorderingen van werkneemsters zou ertoe leiden dat het overige personeel ook alsnog een eindejaarsuitkering toekomt, hetgeen tot gevolg zou hebben dat Small Kidz niet langer aan haar betalingsverplichtingen zou kunnen voldoen, met een mogelijk faillissement tot gevolg. Wat betreft de jaren 2011 en verder heeft de kantonrechter geoordeeld dat niet is gebleken dat Small Kidz in de jaren na 2010 de prestatieregeling opnieuw heeft vastgesteld en gecommuniceerd met het personeel, hetgeen naar zijn oordeel betekent dat de volledige eindejaarsuitkering over die jaren dient te worden betaald. Het hof is echter van oordeel dat Small Kidz voldoende heeft aangetoond dat zij met haar personeel is overeengekomen dat de prestatieregeling ook in de jaren ná 2010 van toepassing is. Gesteld noch gebleken is dat hiertegen van de zijde van de PvT bezwaren zijn aangevoerd. Het is eveneens naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat werkneemsters zich er achteraf op beroepen dat steeds een expliciete herbevestiging van de prestatieregeling van de PvT moest worden verkregen.

Eindejaarsuitkering afhankelijk van behaalde doelen

Werkneemster 1 stelt dat zij ten onrechte geen eindejaarsuitkering heeft ontvangen, ondanks haar langdurige arbeidsongeschiktheid. Het hof gaat hier niet in mee. Aan het uitkeren van een eindejaarsuitkering zijn blijkens de prestatieregeling voorwaarden verbonden, waaronder het behalen van persoonlijke doelen. Werknemers die die doelen niet behalen, kunnen geen aanspraak maken op uitkering. Een en ander geldt ook voor langdurig zieke werknemers. Een (afgesproken) prestatie wordt door een langdurig zieke werknemer immers niet geleverd.

Conclusie

Werkneemster 1 kan dan ook over 2010-2013 als gevolg van langdurige ziekte geen aanspraak maken op de eindejaarsuitkering. Wat betreft werkneemster 2 is de uitkomst hetzelfde. Zij was door Small Kidz op non-actief gesteld, maar heeft niet onderbouwd welke periode dit precies betrof. Evenmin heeft zij gesteld dat met haar voor het jaar 2011-2012 doelen zijn overeengekomen die zij heeft behaald. Het hoger beroep treft doel. De vorderingen van werkneemsters worden, behoudens voor zover zij zien op 2009, alsnog afgewezen.