Naar boven ↑

Rechtspraak

weduwe van werknemer/bestuurder
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 4 april 2018
ECLI:NL:RBZWB:2018:2425
Failliete werkgever en/of diens bestuurder zijn niet aansprakelijk voor ongeval van werknemer, die tijdens het werk van het dak is gevallen en hieraan is overleden.

Feiten

Weduwe is echtgenote van werknemer. Werknemer is om het leven gekomen door een arbeidsongeval dat plaatsvond bij loonbedrijf X. Ten tijde van het ongeval was werknemer werkzaam bij SWD Dak- en Geveltechniek BV (hierna: SWD) in de functie van projectleider. Bestuurder was ten tijde van het ongeval via een vennootschap enig bestuurder van SWD. Op 1 maart 2012 verrichtte SWD in opdracht van bedrijf X renovatiewerkzaamheden aan het hellend dak van een werktuigloods. Werknemer is bij het betreden van het dak door een door een collega losgeschroefde dakplaat gezakt, van een hoogte van zes meter naar beneden gevallen en op een betonnen vloer terechtgekomen. Werknemer is ter plaatse aan zijn verwondingen overleden. De Inspectie SZW heeft een onderzoek ingesteld, waarin is geconcludeerd dat SWD de Arbeidsomstandighedenwet heeft overtreden. Ten tijde van het arbeidsongeval van werknemer was de dekking van de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering van SWD door de verzekeraar opgeschort in verband met het uitblijven van betaling van de verschuldigde premie. Weduwe heeft SWD aansprakelijk gesteld voor de schade als gevolg van het overlijden van haar echtgenoot. SWD heeft geen schade vergoed. Bij vonnis van 27 november 2012 is SWD in staat van faillissement verklaard. Weduwe heeft de bestuurder persoonlijk aansprakelijk gesteld, maar er is geen schade vergoed. Weduwe heeft een verklaring voor recht gevorderd dat werkgever aansprakelijk is voor de schade voortvloeiend uit het overlijden van werknemer. Bij dagvaarding legt de weduwe aan haar vordering ten grondslag dat de bestuurder in de uitoefening van zijn bestuurstaak onzorgvuldig jegens werknemer en zijn weduwe heeft gehandeld en op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk gehouden wordt voor de schade als gevolg van het ongeval. Bij conclusie van repliek heeft de weduwe vervolgens betoogd dat de bestuurder aansprakelijk is op grond van een op hem persoonlijk rustende zorgvuldigheidsverplichting jegens werknemer. Zij beroept zich daarbij onder meer op het Spaanse villa-arrest waarin de Hoge Raad heeft geoordeeld dat dan ook de gewone regels van onrechtmatige daad gelden.

Oordeel

Uit de nadere stellingname van de weduwe bij conclusie van repliek begrijpt de rechtbank dat de weduwe (primair) aan haar vordering ten grondslag legt dat de bestuurder persoonlijk in strijd met een op hem rustende zorgvuldigheidsnorm heeft gehandeld. De rechtbank leidt dit af uit de uitdrukkelijke verwijzing van de weduwe naar het arrest van de Hoge Raad van 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5881 (Spaanse Villa). Naar het oordeel van de rechtbank doet deze situatie zich in het onderhavige geval niet voor. De verwijten die de weduwe de bestuurder maakt, zien immers op het handelen van de bestuurder bij zijn taakvervulling als bestuurder van SWD en niet op handelen van de bestuurder in een persoonlijke hoedanigheid. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding voor toepassing van de aansprakelijkheidsgrond uit dit arrest. Voor zover de weduwe stelt dat de bestuurder in strijd met de op hem persoonlijk rustende verplichting uit hoofde van de arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) heeft gehandeld overweegt de rechtbank het navolgende. Onbetwist staat vast dat de bestuurder een arbeidsovereenkomst had met SWD, zodat deze vennootschap als werkgever in de zin van artikel 1 lid 1 Arbowet aangemerkt moet worden. De rechtbank verwerpt dan ook het standpunt dat de verplichting van artikel 3 van deze wet op de bestuurder persoonlijk rust. De verwijten heeft de weduwe tevens gemaakt aan de bestuurder in zijn hoedanigheid van (indirect) bestuurder van SWD. In dit kader stelt de rechtbank het volgende voorop. Het in overweging 3.2. sub a vermelde verwijt dat niet is toegezien op de veiligheid en de naleving van de veiligheidsvoorschriften is een verwijt gebaseerd op het schenden van de zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658 lid 1 BW. Gelet op de hiervoor vermelde omstandigheden mocht SWD naar het oordeel van de rechtbank erop vertrouwen dat werknemer zich gelet op zijn functie, specifieke kennis en ruime ervaring op de locatie zou houden aan de veiligheidsvoorschriften. Juist werknemer behoorde te weten dat het zonder valbeveiliging betreden van het dak van de werktuigloods, waar dakplaten werden verwijderd en vervangen werden door nieuwe platen, een zeer risicovolle overtreding van de veiligheidsnormen binnen SWD was. Hij had dit daarom behoren na te laten, hoe begrijpelijk het ook is dat hij mogelijk uit hoofde van routine hierbij heeft gehandeld. Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie, dat SWD jegens werknemer heeft voldaan aan haar zorgplicht ingevolge artikel 7:658 lid 1 BW. Nu er geen sprake is van een tekortkoming van SWD en zij niet aansprakelijk kan worden gehouden voor het aan werknemer overkomen ongeval is van aansprakelijkheid van de bestuurder als bestuurder van SWD ter zake van het ongeval evenmin sprake.