Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 24 maart 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:3106
Feiten
Werkneemster is sinds 11 juni 2018 in dienst bij de gemeente Noordwijk tegen een brutomaandsalaris van € 6.819 per maand te vermeerderen met € 1.203,55 bruto IKB per maand. Werkneemster ondersteunt de gemeenteraad en geeft leiding aan de griffie. De gemeenteraad van Noordwijk heeft een deel van haar bevoegdheden en werkgeverstaken gedelegeerd aan de werkgeverscommissie gemeente Noordwijk. Op 30 januari en 7 februari 2020 is het functioneren van werkneemster met de werkgeverscommissie besproken. Werkneemster heeft op 4 februari 2021 aan de gemeente Noordwijk laten weten dat zij zich niet zeker en veilig genoeg voelt voor het gesprek over haar beoordeling. Bij e-mail van 11 juni 2021 heeft werkneemster zich ziek gemeld. Op 8 juli 2021 hebben werkneemster en de werkgeverscommissie een gesprek gehad over de onderlinge samenwerking. Op 9 juli 2021 is werkneemster verzocht om na te denken over een functie eventueel buiten de gemeente Noordwijk. Werkneemster heeft met de gemeente Noordwijk gesprekken gevoerd over haar re-integratie en mediation. Bij brief van 29 september 2021 is aan werkneemster meegedeeld dat de raad heeft besloten tot schorsing over te gaan en haar te zullen ontslaan. Bij brief van 28 oktober 2021 heeft de bedrijfsarts onder meer meegedeeld dat werkneemster niet voor arbeid inzetbaar is en dat een goed gestructureerd gesprek moet worden gevoerd over hoe nu verder. Nadien is de schorsing tot twee keer toe verlengd. De gemeente Noordwijk verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst primair op grond van een verstoorde arbeidsverhouding, subsidiair op grond van een onherstelbare vertrouwensbreuk (h-grond) en meer subsidiair een combinatie van omstandigheden op grond van de i-grond. Volgens de gemeente Noordwijk is geen sprake van arbeidsongeschiktheid als gevolg van het werk. Werkneemster wilde weten welke medewerkers zijn benaderd voor inbreng voor haar volgende beoordeling. Uit de gesprekken die hierop volgden, bleek geen verbetering in de stroeve samenwerking. Na herhaalde pogingen van de werkgeverscommissie om het inhoudelijke gesprek met de werkneemster op gang te brengen, heeft werkneemster zich steeds afhoudend opgesteld. Werkneemster verzoekt primair om toelating tot haar werkplek. Volgens werkneemster houdt het ontbindingsverzoek verband met haar ziekte. De werkgeverscommissie heeft volgens werkneemster aangestuurd op exit-mediation en is van mening dat de oplossing voor werkneemster buiten de gemeente lag. Werkneemster stelt voorstellen te hebben gedaan tot verbetering van de arbeidsverhouding.
Oordeel
Werkneemster doet een beroep op de ontslagbescherming van artikel 7:670 lid 1 BW. Volgens de kantonrechter slaagt dit verzoek en hij wijst het verzoek tot ontbinding af. Tussen partijen bestaat een arbeidsconflict. Vrijwel meteen na de ziekmelding heeft de gemeente Noordwijk ingezet op vertrek van werkneemster. De gemeente Noordwijk heeft werkneemster geschorst toen zij niet mee wilde werken aan mediation gericht op haar vertrek, hoewel dit volgens de bedrijfsarts niet de juiste stap was. Het re-integratieproces van werkneemster is vermengd geraakt met het arbeidsgeschil. Het opzegverbod van artikel 6:670 lid 1 BW beoogt werknemers te vrijwaren van de psychische druk welke de bedreiging met het einde van het dienstverband tijdens ziekte kan veroorzaken. Het artikel beoogt werknemers ook te beschermen tegen beëindiging van de arbeidsovereenkomst tijdens de eerste twee jaar van de ziekte. Thans valt niet te overzien op welke wijze er tussen partijen weer een toestand kan worden bereikt dat er weer sprake is van een vruchtbare samenwerkingsrelatie.