Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 29 april 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:3455
Feiten
Werknemer is sinds 1 september 2004 in dienst van AX Isolatiewerken B.V. (hierna: AX) en werkzaam als voorman isolatiematrassen, tegen een brutosalaris van € 3.827,41 per maand, exclusief vakantietoeslag en overuren. Werknemer is op 4 februari 2022 op staande voet ontslagen en heeft per 1 april 2022 een andere baan gevonden. AX heeft in de ontslagbrief een zestal dringende redenen opgesomd. AX vordert op grond van het ingeroepen ontslag op staande voet een gefixeerde schadevergoeding van € 7.694,68. Werknemer verzoekt bij zelfstandig tegenverzoek voor recht te verklaren dat de arbeidsovereenkomst door AX niet rechtsgeldig en niet onverwijld is opgezegd en AX daarom te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding van € 26.534,61 bruto, een gefixeerde schadevergoeding van € 20.277,02 en een billijke vergoeding van € 24.803,94 bruto.
Oordeel
De kantonrechter is op de eerste plaats van oordeel dat de opzegging door AX onverwijld is gedaan, omdat ter zitting duidelijk is geworden dat partijen vanaf 27 januari 2022 gesprekken hebben gevoerd, waarbij AX werknemer heeft voorgesteld zelf ontslag te nemen. Toen op 31 januari of 1 februari 2022 duidelijk werd dat werknemer daar niet mee in wilde stemmen, heeft AX nader onderzoek gedaan en juridisch advies ingewonnen. Dat vervolgens enkele dagen zijn verstreken voordat is besloten over te gaan tot ontslag op staande voet, duidt slechts op een zorgvuldig handelende werkgever en maakt niet dat geen sprake is van een onverwijld gegeven ontslag. Vervolgens oordeelt de kantonrechter dat de door AX gestelde dringende redenen kunnen worden teruggebracht tot twee onderwerpen ‘gebruik drugs en alcohol’ en ‘wangedrag en disfunctioneren’. Ten aanzien van het alcohol- en drugsgebruik oordeelt de kantonrechter dat enerzijds niet is komen vast te staan dat werknemer alcohol of drugs heeft gebruikt tijdens werktijd of dat hij onder invloed van alcohol of drugs in de bedrijfsauto heeft gereden en anderzijds dat als dat al wel zo zou zijn, het op de weg van AX had gelegen werknemer daarop eerst aan te spreken, te waarschuwen voor ontslag op staande voet bij herhaling en hem steun en begeleiding te bieden. Van een dringende reden voor ontslag op staande voet is op grond hiervan dan ook geen sprake. Op basis van de stukken en stellingen van partijen oordeelt de kantonrechter dat werknemer niet concreet en aantoonbaar is aangesproken op het eerder naar huis gaan terwijl collega’s overwerkten, hoewel werknemer aantoonbaar structureel overwerkte, en dat hij de planning niet correct zou hebben bijgehouden. Ook is er geen sprake van een functioneringstraject met waarschuwingen en een daaraan gekoppeld verbetertraject. Officiële waarschuwingen uit 2010 en 2015 worden buiten beschouwing gelaten. AX heeft naar het oordeel van de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met werknemer onregelmatig opgezegd, waardoor de verzochte verklaring voor recht wordt toegewezen. De transitievergoeding wordt aan de hand van een berekening van de kantonrechter toegekend. Omdat werknemer per 1 april een andere baan heeft, wordt de gefixeerde schadevergoeding gematigd. De billijke vergoeding wordt vastgesteld op € 4.000 bruto.