Rechtspraak
Feiten
Werknemer is sinds 1 december 2020 voor bepaalde tijd in dienst bij de vereniging (werkgeefster), laatstelijk in de functie van bestuursondersteuner. Uit geluidsfragmenten is gebleken dat werknemer zich discriminerend en racistisch heeft uitgelaten over een collega. Werknemer heeft verzocht om een onderzoek naar de herkomst van de geluidsopnamen. Op 11 oktober 2021 heeft werknemer zich ziek gemeld. Het bestuur heeft werknemer verzocht om afstand te nemen van zijn uitspraken en hiervoor excuses te maken. In afwachting hiervan heeft het bestuur de kandidaatstelling van werknemer opgeschort. Op 11 november 2021 is werknemer op staande voet ontslagen, omdat hij zich op verschillende mediakanalen als de Telegraaf en Twitter op ontoelaatbare wijze heeft uitgelaten over de Tweede Kamerfractie van de vereniging. Werknemer heeft de Tweede Kamerfractie van de vereniging ervan beschuldigd geluidsopnamen te maken, deze te bewerken en daarmee kandidaten te chanteren. De ernstige beschuldigen missen elke onderbouwing en werknemer heeft een beeld geschetst dat indruist tegen al hetgeen waar de vereniging voor staat. De uitingen via mediakanalen leveren, mede in aanloop naar de verkiezingen, een dringende reden voor ontslag op staande voet op. Op 11 november 2021 wordt werknemer geroyeerd als lid van werkgeefster. Op 26 november 2021 wordt werknemer door werkgeefster aansprakelijk gesteld voor een bedrag van € 60.000 vanwege aantasting van de goede naam en eer van werkgeefster. Volgens werknemer is een behoorlijke inbreuk gemaakt op zijn privacy door geluidsopnames te maken, dan wel opnamen te gebruiken die heimelijk door een ‘klokkenluider’ zijn gemaakt. Bij brief van 20 januari 2022 heeft werkgeefster zekerheidshalve aangezegd dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet zal worden verlengd, zodat deze in ieder geval per 1 maart 2022 van rechtswege is geëindigd. Werknemer verzoekt onder meer het ontslag van 11 november 2021 te vernietigen, veroordeling tot betaling van het verschuldigde loon vanaf 11 november 2021, een billijke vergoeding van € 5.000 en een transitievergoeding.
Oordeel
Werkgeefster heeft onderzoek gedaan naar de herkomst van het geluidsfragment door de fractiemedewerker die bij het etentje aanwezig was te horen, maar dat heeft niks opgeleverd. Werknemer heeft ervoor gekozen om een uitgebreid persbericht te doen uitgaan naar verschillende media waarin ernstige beschuldigingen in de richting van werkgeefster zijn geuit. Werknemer heeft aldus niet als een goed werknemer gehandeld en had de beschuldigingen pas naar buiten mogen brengen nadat gebleken was dat binnen de organisatie geen gehoor had plaatsgevonden voor de door hem geconstateerde misstanden. Hij had de minst schadelijke weg voor werkgeefster moeten kiezen. De kantonrechter is van oordeel dat het dienstverband terecht is beëindigd op grond van een dringende reden. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag zal worden afgewezen. De kantonrechter ziet geen aanleiding een billijke vergoeding en transitievergoeding aan werknemer toe te kennen.