Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Gouda), 25 november 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:14654
Feiten
Werknemer is sinds 12 juli 2016 als medewerker buitendienst/monteur in dienst van Van Delft Beveiliging B.V. tegen een salaris van € 1.650 netto per maand. De arbeidsovereenkomst bevat twee postcontractuele bedingen met als kopjes ‘relatiebeding’ en ‘nevenarbeid’. Van Delft Beveiligingen is een beveiligingsbedrijf dat zich voornamelijk bezighoudt met hang- en sluitwerk, sleutels, noodvoorzieningen en afdichtingen. Werknemer is op 23 maart 2020 door Van Delft Beveiligingen op staande voet ontslagen. Werknemer heeft dit ontslag op staande voet niet aangevochten. Sinds 21 februari 2020 heeft werknemer bij de KvK een onderneming ingeschreven. Bij brief van 26 maart 2020 heeft Van Delft Beveiligingen werknemer bericht dat hij de bedingen uit de arbeidsovereenkomst heeft overtreden en hem tevens gesommeerd om de werkzaamheden voor eigen rekening onmiddellijk te staken. Werknemer heeft daarop via een WhatsApp-bericht aangegeven alles stop te zetten. Vervolgens heeft werknemer contact gehad met een relatie van Van Delft Beveiligingen. Van Delft Beveiligingen stelt dat werknemer de in de arbeidsovereenkomst gemaakte afspraken ten aanzien van het relatie-, concurrentie- en nevenwerkzaamhedenbeding heeft geschonden en vordert een boete van € 61.000 te vermeerderen met proceskosten. Werknemer voert verweer en stelt een reconventionele vordering in.
Oordeel
Ten aanzien van het nevenwerkzaamhedenbeding, waarbij Van Delft Beveiligingen stelt dat werknemer dit heeft overtreden door de inschrijving bij de KvK, oordeelt de kantonrechter dat de enkele inschrijving van een onderneming bij de KvK onvoldoende is om te concluderen dat werknemer tijdens zijn dienstverband zaken voor eigen rekening heeft gedaan. Werknemer heeft gesteld dat dit een voorbereidingshandeling was en Van Delft Beveiligingen heeft onvoldoende concrete feiten en omstandigheden gesteld om tot een andere conclusie te komen. Ten aanzien van de tekst van het relatiebeding onderschrijft de kantonrechter het verweer van werknemer dat, blijkens de duidelijke tekst, een overtreding enkel en alleen kan zien op gedragingen en werkzaamheden na het einde van het dienstverband. De kantonrechter verwerpt het verweer van werknemer dat Van Delft Beveiligingen geen rechten kan ontlenen aan lid 2 van het relatiebeding, omdat deze bepaling een concurrentiebeding bevat en werknemer daar niet bedacht op had behoeven te zijn, omdat het is opgenomen in een artikel dat blijkens de kop handelt over een relatiebeding. De kantonrechter is van oordeel dat Van Delft Beveiligingen er redelijkerwijs van uit mocht gaan dat werknemer de volledige tekst van lid 2 heeft geaccepteerd door onder de arbeidsovereenkomst zijn handtekening te plaatsen. De kantonrechter oordeelt dat werknemer wel het relatiebeding heeft overtreden door contact op te nemen met een bestaande relatie van Van Delft Beveiligingen en daardoor een boete van € 5.000 is verschuldigd. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Van Delft Beveiligingen naar aanleiding van het verweer van werknemer, onvoldoende met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd, dat werknemer tijdens de duur van het concurrentiebeding een soortgelijk bedrijf heeft uitgeoefend en daardoor het concurrentiebeding heeft overtreden. Het beroep van werknemer op matiging van de boete wordt afgewezen evenals zijn reconventionele vordering omdat hij onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat Van Delft Beveiliging aanspraak kan maken op de gefixeerde schadevergoeding.