Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 7 juli 2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:1997
Feiten
NS Reizigers B.V. (hierna: de NS) verwacht door de COVID-19-pandemie in 2024 een verminderde omzet van € 4,7 miljard euro en een verlies van totaal € 1,9 miljard. De NS heeft geen middelen om dit op te vangen. Daarom heeft de NS een kostenbesparingsprogramma opgesteld. Na een positief advies van de centrale ondernemingsraad heeft het bestuur van de NS op 25 februari 2021 besloten tot een besparing door een nog nader uit te werken aanpassing in de bedrijfsvoering. Sinds de jaren negentig worden alle hoofdconducteurs van de NS benoemd tot boa en zij moeten daarvoor een opleiding volgen. Tussen de conducteurs bestaat verdeeldheid over het nut van de opleiding. Op 7 december 2021 heeft de NS de ondernemingsraad om advies gevraagd over het voorgenomen besluit met betrekking tot het laten vallen van de boa-bevoegdheid binnen de functie van hoofdconducteur. De ondernemingsraad heeft geadviseerd om het voorgenomen besluit niet uit te voeren, mits er aan tien voorwaarden is voldaan. De NS heeft op 22 maart 2022 besloten tot het laten vervallen van de boa-bevoegdheid (hierna: het besluit). De ondernemingsraad verzoekt de Ondernemingskamer te oordelen dat de NS bij afweging van de betrokken belangen, niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het besluit.
Oordeel
Tussen partijen is niet in geschil dat het adviestraject naar behoren is verlopen. De bezwaren van de ondernemingsraad zien op de inhoud van het besluit. De ondernemingsraad heeft aangevoerd dat de NS ten onrechte geen onderzoek heeft gedaan naar de preventieve werking van de boa-bevoegdheid en de effecten van de afschaffing op de veiligheid. De NS heeft gemotiveerd uiteengezet waarom zij meent dat een voorafgaand onderzoek niet nodig is. De effecten van de afschaffing zullen namelijk gering zijn. De werkzaamheden en bevoegdheden van de hoofdconducteur blijven na afschaffing van de boa-bevoegdheid grotendeels dezelfde. Het enige verschil is dat de hoofdconducteur zonder de boa-bevoegdheid niet langer bevoegd is de Basisregistratie Personen te raadplegen ter controle van de door de reiziger opgegeven adresgegevens en dat de hoofdconducteur niet meer zelf een proces-verbaal kan opstellen. De hoofdconducteur zal daarvoor assistentie moeten vragen. De Ondernemingskamer is van oordeel dat de NS op basis van de beschikbare informatie een beredeneerde en voldoende onderbouwde inschatting heeft gemaakt van de gevolgen van de afschaffing van de boa-bevoegdheid. De NS heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het aantal gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van de boa-bevoegdheid beperkt is. Als tweede grond heeft de ondernemingsraad aangevoerd dat de NS ten onrechte geen maatregelen heeft getroffen om de effecten van het afschaffen van de boa-bevoegdheid te beperken. De NS heeft erop gewezen dat het aantal assistentieverzoeken beperkt zal zijn en de NS heeft de betreffende afdeling daarvoor jaren geleden al aanzienlijk uitgebreid. De NS verwacht de eventuele effecten van het afschaffen van de boa-bevoegdheid met toepassing van de huidige beschikbare middelen te kunnen opvangen. Ook hier heeft de NS naar het oordeel van de Ondernemingskamer een voldoende onderbouwde beredeneerde inschatting gemaakt van de gevolgen van het besluit. Tot slot heeft de ondernemingsraad aangevoerd dat de NS niet voldoende heeft gemotiveerd waarom zij geen hybride systeem wil invoeren waarbij de hoofdconducteurs die dat willen hun boa-bevoegdheid kunnen behouden. De NS heeft toegelicht dat zij niet bereid is om een hybride systeem in te voeren, omdat dit zorgt voor onnodige complexiteit en risico’s op fouten in het operationele en administratieve proces. De Ondernemingskamer is van oordeel dat de NS hiermee voldoende heeft gemotiveerd waarom zij die keuze niet heeft gemaakt. De Ondernemingskamer is van oordeel dat de NS, mede gelet op de noodzaak tot kostenbesparing, in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.