Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 2 augustus 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:6832
Feiten
Werknemer is van 14 november 1988 tot 5 maart 2021 in dienst geweest bij Telder Bouw en Industrie B.V. (hierna: Telder). Bij Telder heeft werknemer deelgenomen aan de collectieve pensioenregeling. Dit betreft de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds voor de Nederlandse Groothandel (hierna: SPNG). Telder heeft ongeveer 42 werknemers in dienst en heeft geen ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging of ander medezeggenschapsorgaan. De deelname van Telder aan de pensioenregeling van SPNG is vrijwillig en niet verplicht op grond van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000. In het (onder meer) op 31 december 2012 geldende pensioenreglement stond onder meer een wijzigingsvoorbehoud opgenomen. Per 1 januari 2013 verzorgt SPNG de pensioenopbouw in eigen beheer en heeft zij het pensioen niet langer als een verzekerde regeling ondergebracht bij een verzekeraar. Daarnaast heeft zij per die datum een aantal andere wijzigingen in de pensioenregeling doorgevoerd. Telder heeft een ongeadresseerde brief d.d. 21 augustus 2012 van SPNG aan de deelnemers van de pensioenregeling overgelegd, die in verband met deze wijzigingen is verzonden. Telder heeft haar werknemers per e-mail van 22 oktober 2012 over de wijzigingen in de pensioenregeling geïnformeerd. In dit verband is onder meer de werknemersbijdrage verhoogd van 6% naar 8%. Per brief van 24 maart 2015 is werknemer door SPNG geïnformeerd dat hij minder pensioen zal gaan opbouwen vanwege een verlaging van het opbouwpercentage voor het ouderdomspensioen naar 1,70 procent per 1 januari 2015. Sinds 20 augustus 2018 is werknemer volledig en duurzaam arbeidsongeschikt. Werknemer blijft op grond van beide reglementen tot aan zijn pensioengerechtigde leeftijd deelnemer aan de collectieve pensioenregeling van Telder, ook indien Telder zijn arbeidsovereenkomst zou opzeggen op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid. Het dienstverband tussen werknemer en Telder is, na opzegging daarvan door Telder, geëindigd per 5 maart 2021. Volgens werknemer zijn de wijzigingen die vanaf 2013 en in de jaren daarna zijn doorgevoerd, onrechtmatig jegens hem. Werknemer stelt schade te lijden door de lagere pensioenopbouw. De kantonrechter heeft zijn vorderingen afgewezen.
Oordeel
Wijziging pensioenregeling
Evenals de kantonrechter is het hof van oordeel dat hier sprake is van een zogeheten dynamisch incorporatiebeding, dat tussen partijen gelding heeft. Dat werknemer stelt dat hij niet wist dat een eenzijdige wijziging van de pensioenovereenkomst tot de mogelijkheden behoorde, kan dat niet anders maken. Die mogelijkheid is in de Pensioenwet voorzien en aan de in dat artikel gestelde voorwaarden is voldaan omdat het pensioenreglement tevens de pensioenovereenkomst bevat. Wanneer het pensioenfonds besluit gebruik te maken van de bevoegdheid tot wijziging van de pensioenregeling, werkt dat, gezien het voorgaande, door in de rechtsverhouding tussen werknemer als werknemer en Telder als werkgever. Dat is ook wat hier is gebeurd. Telder heeft in voldoende mate aangetoond dat voortzetting van het contract van SPNG met NN zou leiden tot een kostenstijging van circa 60%. De conclusie op grond van het voorgaande is dat Telder bevoegd was om de pensioenregeling eenzijdig te wijzigen en dat het besluit om dat te doen zowel naar vorm als naar inhoud rechtsgeldig is.
Premieverhoging werknemer
Op grond van de pensioenregeling zoals die luidde tot 1 januari 2013 werd van de werknemers een eigen bijdrage geheven van een vast percentage (6%). Het toen geldende reglement bevatte geen bevoegdheid voor de werkgever om dit percentage eenzijdig aan te passen. Het hof stelt vast dat het door Telder gehanteerde percentage (8%) niet rechtstreeks voortvloeit uit het pensioenreglement, maar (klaarblijkelijk) is vastgelegd in een met SPNG gesloten uitvoeringsovereenkomst. Gesteld noch gebleken is dat werknemer gebonden is aan die uitvoeringsovereenkomst. Aangezien in de arbeidsovereenkomst tussen partijen niets is geregeld over dit onderwerp, oordeelt het hof dat Telder niet zonder meer gerechtigd was om 8% over het pensioengevend salaris van werknemer in te houden.